Korte ketens

Posted on Sunday, 24 July, 2011 by

5



Een bloederig ding in een plastic zakje. Daar kwam Wout mee aanzetten. Het bleek vlees; een ribbenrij van een lammetje, met aan de buitenkant een mooi wit vetlaagje, donkerrood vlees en aan de binnenkant de ribjes, dun en stevig. Het ligt nu in de oven. Van de buurman. Onze medewerker Silvo, een Braziliaan, had het met de buurman op een akkoordje gegooid. Voor 40 euro mocht hij het lam hebben. Geen geld, voor een lam van zo’n 30 kilo. Binnen een mum van tijd hadden ze het beestje gevangen, gevild en in stukken gehakt. En wij kregen een mooi stukje.

Oormerk
Kan dat zomaar? Nou, officieel niet. Ook hier in Portugal moeten lammeren voorzien zijn van een oormerk en wordt hun levenswandel in een centrale database bijgehouden. Verhuizing, geboorte en dood, het moet allemaal doorgegeven worden aan de schapenburgerlijke stand. Thuisslachten is niet toegestaan, tenminste dat denk ik. Maar het gebeurt geregeld. Het is altijd zo gedaan, niemand ziet er kwaad in.

En als je de lammeren niet, niet allemaal, of pas ergens tegen de winter oormerkt, kraait er geen haan naar. En ook als een lam wèl geoormerkt is zijn er nog manieren om er een paar per jaar te verdonkeremanen. De smoes dat hij is gestorven gaat niet op, want kadavers -mét oornummers- worden opgehaald door de destructie. Maar een lam kan nu eenmaal ‘vermist’ raken nietwaar? Van onze buurman is algemeen bekend dat hij wel eens heeft moeten ‘zitten’ en een electronische enkelband heeft of heeft gehad. Een kleine burgerlijke ongehoorzaamheid en enige weerstand tegen fysieke merktekens zou je van hem kunnen verwachten. Maar ik weet niet of onze lambsrack wel of geen oormerk heeft gehad.

Korte keten overleeft ondanks regels
Hoewel met bureaucratie en voorlichtingscampagnes (“vraag de bon. dat is goed voor Portugal“) uit alle macht geprobeerd wordt om het uit te bannen, bestaat op het platteland van Portugal een levendig grijs circuit van ruilen en handeltjes. Voor vele huishoudens uit ons gehuchtje maakt deze voedselvoorziening via ‘korte ketens’ het merendeel uit van wat er op tafel komt. Wij maken daar wel en geen deel van uit: We krijgen veel groenten en fruit, een enkele keer een (al ingevroren) kip of een kuub kachelhout. Onze tegenprestatie is het uitlenen van machines en thuisbezorgen van koemest. Maar we verkopen of ruilen nooit voor melk. Behalve dan toen een oude buurman op doktersadvies veel melk moest drinken. Hij kreeg een tijdje elke morgen een vers halflitertje. Wij kregen achteraf een tafelkleedje als bedankje. Maar we zijn nog nooit op het idee gekomen om een lam van de buurman te kopen, en zullen het ook nu niet gaan doen.

Korte ketens nieuwe stijl
Op Foodlog speelde het afgelopen jaar een debat over het ‘voedselsysteem’. Vreemd toch, dat alles wat we eten uit grootschalige en lange ketens komt? Als we melk willen van Utrechtse koeien, of aardappels waar we langs hebben gefietst, zijn we aangewezen op boerderijwinkels. Tussen het macro van het grote systeem van fabrieken en supermarkten, en het micro van de boerderij- en natuurwinkel bestaat geen meso-nivo van gewoon goed, betaalbaar, korte-keten eten.
Het debat over ‘meso-nivo’ voedselsysteem en kortere ketens maakt dat ik me eens wat beter ga afvragen waarom we wel en niet bij de ouderwetse portugese ‘korte ketens’ horen en willen horen.

Wat leren we van oude stijl voor nieuwe stijl?
Waarom heeft Silvo binnen een mum een deal met de buurman die bij ons niet in ons hoofd opkomt? Silvo is net als wij een vreemdeling in het dorp, hij woont er nog minder lang dan wij. Maar anders dan wij ziet hij in een lam meteen een lamsbout. Het helpt ook dat hij een vakkundig slachter en slager is; hij draait er zijn hand niet voor om het beestje samen met de buurman te slachten. Dat kost hem minder moeite dan naar de Intermache rijden, in de rij te staan en duur vlees te kopen.
Maar toch speelt er meer mee voor ons. Ook als het niet zou gaan om het doden van een dier zou de schimmige kant ervan ons afschrikken. We staan liever niet in het krijt bij de vage buurman, terwijl Silvo er geen moeite mee heeft. Korte ketens veronderstellen vertrouwen en wederkerigheid, daarmee dragen ze bij aan sociale cohesie maar maken ze ook -in bepaalde opzichten- onvrij. We missen de bereidheid om onze vrijheid op te geven. Ook als dat betekent dat ik naar de supermarkt moet rijden. Wij missen de interesse en vaardigheden voor deze manieren van korte ketens. Niet alleen is het moderne systeem niet langer ingericht op korte ketens: Wijzelf zijn eigenschappen verloren die blijkbaar nodig zijn om dat te doen werken.

Wat kunnen we hiervan leren voor het ontwerp van korte ketens die wél passen bij de hedendaagse mens?

UPDATE: Ik verheugde me op het lamsvlees maar het viel tegen. Na bereiding blijkt het vooral vet, weinig vlees. Het weinige vlees is lekker van smaak, maar je moet het echt zoeken tussen het lillende schapenvet.

About these ads
Posted in: Uncategorized