Buijink over Europa

Posted on Friday, 7 January, 2011 by

0


Onze hoogste ambtenaar op het ministerie van EL&I schreef een nieuwjaarsartikel dat stemt tot nadenken. Het is een pleidooi voor een sterk en open Europa, waar ik het helemaal mee eens ben. Daarvoor zijn wel ingrijpende hervormingen nodig, ook al eens. Een goede visie dus?

(Hier gaat het over: Pieken in Europa, Chris Buijink, gepubliceerd in ESB, hier een pdf. Buijink is Secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.)

Een goede visie en toch rijzen wat vragen. Nederland wil een sterk europa om in Nederland te kunnen groeien. Maar gaat een sterk Europa niet ook over groei verdélen? Is niet een van de dingen die fout gaan in Europa, dat ‘alles’ teveel geconcentreerd wordt in Nederland en Duitsland?

Hieronder de vragen die bij mij opkomen als nederlander in portugal.

Europa open en sterk, Piggy backing?

Buijink:

Europa heeft Nederland de afgelopen decennia veel welvaart gebracht. Ook de komende decennia zal een sterk Europa moeten bijdragen aan economische groei en bloei, maar dit gebeurt niet vanzelf. Binnen Europa tonen de financiële problemen van Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal haarscherp de noodzaak tot hervorming aan. Die hervormingen moeten zich vooral richten op het oplossen van de achterliggende problemen door het verminderen van economische onevenwichtigheden en het versterken van het groeivermogen. Verdiepen van de interne markt, discipline in nationale begrotingen en sancties bij structurele economische zwakheden kunnen hieraan bijdragen. Binnen Europa moeten de lidstaten zich onderscheiden door voort te bouwen op hun sterktes, zodat sterke Europese clusters de concurrentie op de wereldmarkt aankunnen.

De traditie en vooral de voortdurende innovatie in bijvoorbeeld de agrarische sector, water en high­tech heeft ons geen windeieren gelegd. Deze sectoren exporteren jaarlijks voor respectievelijk 61 miljard, 15 miljard en 35 miljard euro (LEI, 2010; Roelandt et al., 2010). Bedrijven zijn productiever in een geconcentreerd cluster met samenhangende activiteiten (CPB, 2010c). Daarom moeten we juist bedrijven in topgebieden en clusters de ruimte geven. Dit vereist maatwerk. Het beleid in de agrosector kan daarvoor als inspiratiebron dienen (kader 2).

Buijink wil een sterk Europa. De zwakke landen (PIGS) moeten inmenging in hun interne economische zaakjes dulden. Dan kunnen bedrijven in topgebieden de concurrentie op de wereldmarkt aan.

Ehm…  even chargeren: Brussel stelt onder dwang orde op zaken in Portugal, en Nederland gaat de wereldmarkt te lijf? Om vervolgens -als de PIGS het goed genoeg doen- de in Nederland verdiende centen onder groot protest en groeiende ongelijkheid, in het zwarte gat van Portugal te dumpen?

Niet helemaal ondenkbeelding. In een apart blokje wordt Portugal alvast de maat genomen:

Lidstaten langs de meetlat

toepassing van het systeem van macro-economische surveillance op portugal zou betekenen dat wordt gesignaleerd dat de loonkosten per eenheid product er te hoog zijn, de economie te veel leunt op arbeidsintensieve sectoren, het opleidingsniveau van de beroepsbevolking te laag is, er te weinig aan innovatie wordt gedaan en er veel wetgeving bestaat die flexibiliteit van de arbeidsmarkt belemmert. deze observaties kunnen worden vertaald in aanbevelingen en worden gekoppeld aan concrete indicatoren, zodat voortgang meetbaar is en lidstaten op de voortgang afgerekend kunnen worden.

Allemaal waar, en natúúrlijk ook terecht dat de EU eisen stelt aan de lidstaten. Maar voor Portugal wordt het mij een beetje bang te moede.

Interne markt

In Europa moeten verdere structurele stappen worden gezet om te komen tot een sterk en open Europa. Bedrijven moeten veel meer dan nu moge­lijkheden krijgen om eenvoudig in alle lidstaten te ondernemen en producten en diensten te verkopen.

Tja. Dit klinkt uitstekend. Hier kun je niet tegen zijn. Betekent wel dat -bijvoorbeeld- die goedkope melk uit Polen ongehinderd Portugal binnen blijft komen. Portugese melkveehouders kunnen daar maar heel moeilijk tegenop, maar oke. En we blijven ons best doen, om gewoon de melk die Portugal drinkt, binnen Portugal te produceren.

Kennisdelen binnen grenzen?

De agrosector wordt geroemd om het kennisdelen. En dat klopt ook. Maar.. de manier waarop het landbouwkennissysteem afgeschilderd wordt doet geen recht aan hoe mooi het in elkaar steekt.

Kennisdelen: de kracht van de agrosector

Het agrofoodcomplex, met 73.000 primaire bedrijven in tuinbouw, akkerbouw en veehouderij en de bijbehorende verwerkende en toeleverende bedrijven, biedt werkgelegenheid aan 685.000 manjaren en heeft een toegevoegde waarde van vijftig miljard euro (lei, 2010). De basis voor het succesvolle opereren van het agrofoodcomplex is gelegen in het landbouwkennissysteem. Kritische succesfactor hierin is kennisdeling en de nauwe relatie tussen, (toegepast) onderzoek en onderwijs, bedrijfsleven en overheid. In Bleiswijk staat bijvoorbeeld een proeflocatie glastuinbouw van de Wageningen Universiteit en research center. Daar zijn universitaire wetenschappers en onderzoekers van toegepastonderzoeksinstituten bijeengebracht in vijf onderzoeksgroepen die veelal bij elkaar in hetzelfde gebouw zitten om kennisuitwisseling te bevorderen. Op proeflocaties kunnen ondernemers kennis opdoen van de onderzoeksresultaten van de wetenschappers. Via de productschappen dragen de individuele agrofoodbedrijven bij aan de financiering van deze proeflocaties. De hechte samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen in het groene onderwijs borgt de goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in deze sector. Dankzij deze integrale aanpak kan het agrofoodcomplex zijn positie in de wereldtop steeds verder verbeteren en blijft het aantrekkelijk voor buitenlandse agrofoodbedrijven om in nederland te investeren.

Wat een beperkte visie op het agro kennisdelen!? Het agrokennisdelen is inderdaad absoluut top of the bill in Nederland. En daar kunnen we iets mee. Maar de beschrijving doet de werkelijkheid tekort.

1. “Onderzoekers zitten met elkaar in een gebouw.” Alsof met elkaar in een gebouw zitten hét verschil maakt. De werkelijkheid is dat superfijnvertakte horizontale en vaak gedeeltelijk informele netwerken van mensen en organisaties het verschil maken. Zij werken samen dwars door alle gelederen (de vijf O’s: ondernemers, onderwijs, onderzoek, overheid, omgeving~samenleving) en over allerlei grenzen, zij staan met elkaar in contact via alle denkbare manieren, van borrels tot transacties tot internet.

2. “Op proeflocaties kunnen ondernemers kennis opdoen van de onderzoeksresultaten van de wetenschappers.” Gelukkig is de werkelijkheid een stuk rijker dan hier geschetst. Hieruit spreekt een visie op kennis die stamt uit de jaren tachtig. Proeflocaties zijn slechts één schakeltje in het netwerk, en nee, kennis wordt niet geproduceerd door wetenschappers en geconsumeerd door ondernemers.

3. “Dankzij deze integrale aanpak kan het agrofoodcomplex zijn positie in de wereldtop steeds verder verbeteren en blijft het aantrekkelijk voor buitenlandse agrofoodbedrijven om in nederland te investeren.”

Moet het echt allemaal gericht op de primaire sector, en binnen de nederlandse landsgrenzen? Had hier ook kunnen staan: Deze integrale aanpak kan Nederland een regierol verschaffen in het verduurzamen van agriproduktie wereldwijd, en verbeteren van het europese agrokennissysteem?

 

Een berglandschap met hoge pieken kent ook gevaarlijke kloven, sporters die op het juiste moment weten te pieken houden het niet lang vol. Wat mij betreft verandert “Pieken in Europa” in een heuvellandschap met duursporters.

Posted in: Uncategorized