Kempenconferentie: Sociale media en platteland

Posted on Wednesday, 24 November, 2010 by

1



Dit is ongeveer het verhaal dat ik hield tijdens de Kempenconferentieafgelopen vrijdag in Oud-Turnhout.

Sociale media en plattelandsondernemers: Voorbeelden

• Nederlandse twitteraars moedigen boeren en telers aan om via Twitter met verhalen te komen over hun bedrijf en producten. Ontmoetingen op het boerenerf komen steeds vaker via Twitter tot stand. zie #guusnet en @boerenfluitjes op Twitter

• Melkveehouders in Portugal organiseren zich landelijk in een nieuwe onafhankelijke associatie – hoewel ze 500 km uit elkaar wonen. Ze communiceren via een blog, via Skype, Twitter en een emailgroep. Allemaal gratis tools. http://www.aprolep.pt

• Boeren, handelaars, adviseurs en burgers in de US discussieren iedere dinsdagavond van 8 tot 10 uur over landbouw, via Twitter-berichten van maximaal 140 tekens. Ze noemen het ‘agchat’, en dat is ook de zoekterm (‘tag’) die ze gebruiken om hun gesprek, afkomstig uit vele richtingen, te filteren van de miljoenen andere tweets. Een breed publiek volgt de conversatie. Het lijkt op decentrale belangenbehartiging. http://agchat.org

• Een multifunctionele boerin ontwikkelt stapsgewijs haar ‘virtuele erf’, zodat gasten voor haar boeren Bed&Breakfast ook vanachter de computer thuis, via de telefoon, of via de routenavigator al een indruk kunnen krijgen. Én een eigen bijdrage kunnen achterlaten. De eerste fietsers met electronische routenavigatie zijn al langs geweest.

• Een groep agro-ondernemers en marketing specialisten vindt elkaar via Foodlog en vormt een denktank over ketensamenwerking. http://www.foodlog.nl

• Een dorp zet sociale media in om vraag en aanbod af te stemmen… van allerlei burendiensten, zorg, deelgereedschap of leengoederen. http://www.duurzaamhoonhorst.nl

Informatie komt via mensen en gekoppeld aan locatie

Het gebruik van Internet ontwikkelt, en dat beinvloedt ook het platteland. Internet is steeds vaker bij de hand, ook op de trekker, in het winkelcentrum, en op de fiets via smart phones. De belangrijkste recente ontwikkeling op Internet is de opkomst van social media, waar gebruikers actief bijdragen aan content via webbased tools. Steeds vaker is content gekoppeld aan een geolokatie. Interactieve kaarten bieden kansen, net als augmented reality (dat is het zo realistisch mogelijk toevoegen van computergemaakte beelden, vaak informatie, aan rechtstreekse, reële beelden). Informatie wordt gekoppeld aan personen en aan de fysieke omgeving en is steeds vaker en sneller oproepbaar. Publiceren en verspreiden van content is vrijwel gratis en zeer snel geworden.


Gebruikers vormen online profielen, daarmee worden mensen vindbaar. Elkaar ‘volgen’ is gebruikelijk bij sociale media. Zo ontstaan allerlei elkaar overlappende en onderling verweven los- vaste netwerken, van mensen die iets gemeen hebben. Is zo’n groep zo hecht dat ze van elkaar herkennen wie er wel en niet ‘bijhoort’, dan wordt het een community genoemd: het engelse woord voor een gemeenschap.

Gevolgen

Individuen, groepen en organisaties hebben manieren tot hun beschikking om te organiseren en mobiliseren die ze nooit eerder hadden. Collectieve actie was nog nooit zo bereikbaar.

Ervaringen, lokaties en fysieke objecten zullen in toenemende mate een online component hebben, om vindbaar te zijn, om gesprekken uit te breiden in tijd en reikwijdte.

De overvloed aan (laagwaardige) informatie betekent dat boodschappen heel relevant moeten zijn, anders filteren doelgroepen ze eruit. ‘Broadcasting’ is lang niet altijd nog doelmatig, het gaat om betekenisvolle dialoog.

Dat kán ook, want via sociale media is toegang ontstaan tot een grote hoeveelheid doorzoekbare informatie. Dit universum van onderling gelinkte sites en blogs is een rijke bron voor informatie. Organisaties en individuen kunnen luisteren en zoeken naar niches, behoeften, tips en feedback.

Deze manier van gebruik van sociale media gaat verder dan luisteren, het evolueert tot informeel, sociaal leren. Leren van elkaar wint aan belang ten opzichte van formeel leren in een klaslokaal.

Toegang tot informatie of tot personen, of een spreekbuis bieden is niet langer voorbehouden aan organisaties. Voor vele was het wel hun bestaansreden. Dat betekent dat veel instituties aan belang inboeten.

Binnenkort komen vele data beschikbaar voorzien van zogenaamde geotags; gekoppeld aan kaarten. Dit betekent dat lokatie, de regio weer wint aan belang.

Het netwerken en samenwerken in de regio of de keten, wordt makkelijker, vooral voor het MKB. Kleinere schaal van productie kan gepooled in samenwerking vermarkt worden. ‘Selling less of more’, regiogebonden webwarenhuizen waarin producenten samenwerken, komen dichterbij.

‘Regioleren’ is de naam waarmee we aanduiden dat gedeelde identiteit en sociale samenhang binnen een regio versterkt (oa met sociale media) kan worden, en benut kan worden voor sociaal leren en economische voortuitgang.

GUUS

Guus is de naam van de community die LNV heeft geinitieerd rond het thema ‘platteland’. GUUS heeft afgelopen jaren bijgedragen aan de groeiende activiteit van plattelanders in de sociale media. Er zijn leertrajecten “Platteland & Web 2.0” en er is een levendige twitter gemeenschap. Het internetleven over het platteland

neemt toe. Er is samenwerking en overlap met andere Internetcommunities, zoals tags op Twitter, lezers van Foodlog en discussies op LinkedIngroepen. Netwerken, agendasetting, enthousiasmeren, informatie delen, verbinden, en in toenemende mate ook mobiliseren zijn zaken die via GUUS vorm beginnen te krijgen. zie: http://www.guus.net

Posted in: Uncategorized