Landbouwkennis als exportprodukt

Posted on Sunday, 17 January, 2010 by

0


De volgende discussie ontstond op Foodlog.nl. Op Foodlog stonden de onderstaande reacties verspreid in een lange lijn met andere sub-draadjes en verdween bovendien alweer achter nieuw interessants. Ik vind deze subdiscussie wel interessant om nog eens te overdenken en houd ze hier even apart.

(Achtergrond: Waarschijnlijk moet landbouwproduktie inkrimpen. Hoe onstaat de keuze wie weg moet?)

josien

Ik weet het niet voor de glastuinbouw, maar voor de landbouw in NL in zijn algemeenheid lijkt het me te kloppen: geen keuzes, verdringing. Immers niemand wil zich hieraan branden. En het ministerie(LNV) ontkent zo ongeveer het bestaan van boeren. (Als voorbeeldje: waar zijn op de LNV hoofdindeling websites sectoren als melkveehouderij (goed voor 5 miljard), tuinbouw (7 miljard leer ik van hierboven) terug te vinden? )

Dus wat betreft het interview met Peter Jens op foodlog.agd ‘Sophie’s Choice’; Er komt helemaal geen choice. Er komt waarschijnlijk, voor een deel van de boeren, een soort wegglijden. En ik vraag me af: is dat niet ook o.k.? Je kunt niet voorspellen welke ondernemers onverwachte veerkracht tonen, welke lumineuze invallen krijgen in moeilijke tijden. Of de tijden worden weer iets beter, ondernemers passen zich aan, er slagen er wat en ondertussen sneuvelen er meer. Er is wat versneld ‘natuurlijk’ verloop. Het is inderdaad een keihard systeem. Maar is dat, dus ‘het lot’ of een soort ongrijpbaar complex geheel niet beter te verkroppen dan een o zo “nobele” leider die linksom of rechtsom beslist? Ik hoop in elk geval dat Peter Jens zich daar niet aan zal slachtofferen.

Dus ik maak me niet kwaad over het gebrek aan duidelijkheid over wie moet wijken. Waar ik me over verbaas is dat we zo langzamerhand allemaal lijken aan te nemen, en ook zelf heel hard gaan roepen, dát er zoveel moeten wijken. Dat wil ik dan eerst nog wel eens zien!

En zelfs als de produktie naar elders moet verhuizen, hoeft het niet automatisch een verlies voor Nederland te zijn.

Goed, Nederland kan niet langer concurreren op rozen. Maar bij hoeveel van die Keniyaanse en Ethiopische rozenkwekers zijn géén Nederlanders betrokken? Hoeveel melk wordt buiten NL maar door NL’ers geproduceerd?

Anders dan je verwacht, blijven deze bedrijven generaties lang een band (niet alleen sociaal, ook economisch) onderhouden met Nederland. Maar dan moeten we wél investeren in die band, met kennisnetwerken, instituties, ketenslimheid, om voorop te blijven lopen.

9 januari 8.10 Wouter de Heij

“Anders dan je verwacht, blijven deze bedrijven generaties lang een band (niet alleen sociaal, ook economisch) onderhouden met Nederland. Maar dan moeten we wél investeren in die band, met kennisnetwerken, instituties, ketenslimheid, om voorop te blijven lopen”.

Kan je me uitleggen wat het voordeel is voor Nederland -behalve voor ons imago als internationaal land- in econmische, werkgelegenheid, welvaart en sociale zin IN Nederland. Rozenkwekers in Kenia en Ethiopische zijn geen Nederlandse bedrijven (of betalen ze soms belasting in NL?), op termijn zullen deze ondernemers ook wel een handelsstroom zonder Nederland gaan opzetten. Of gaan we dan gekke henkie spelen als Land door alleen heel veel belanstingeld in netwerken en ‘kennis’ opbouw te steken? Weg is weg hoor.

9 januari 23.19 josien

‘Weg is weg’, zegt Wouter de Hey over geemigreerde boeren. En: geen kennis over de grens brengen, zeker niet met belastinggeld, want het worden allemaal onze concurrenten. (ik zet zijn woorden wat aan hier, maar daar komt het wel op neer)

Ik dacht óók “weg is weg”: regel het daar maar in je nieuwe land. Maar ik heb mijn standpunt bij moeten stellen omdat de praktijk uitwijst dat het niet zo ís. Geemigreerde boeren komen terecht in gebieden waar qua instituties en agribusiness lang niet zoveel bestaat als in NL. Het duurt tientallen jaren en soms nog langer voordat die instituties opgebouwd zijn, zolang is er een soort vacuum. Nederlandse emigranten in den vreemde onderhouden tijdens het vacuum een economische band met NL. De nederlandse agribusiness in goederen beantwoordt deze band dankbaar: er worden goede zaken gedaan in bv fokkerij, melktechniek, zaad, kassenbouw, stalklimaat.

De nederlandse landbouwvoorlichting / consultancy echter, geeft nul op het request. Het nederlandse landbouwkennissysteem is groots, maar ziet het klantenbestand (het aantal boeren dus) afkalven. Wat is er logischer dan dat zij hun klanten achterna gaan, ook over de landsgrenzen kijken? Om niet met belastinggeld, maar puur met ondernemersgeld hun kennis aan de man te brengen in nieuwe markten.

Dat het niet gebeurt ligt denk ik aan twee dingen:

-historisch: het gevoel ambtenaar te zijn zit er nog diep in (is het niet in de mensen dan in een soort institutionele erfenis) en dan kijk je natuurlijk niet buiten de grens van NL.

-landbouwvoorlichting wereldwijd kampt met het probleem dat boeren niet gewend zijn (veel) voor kennis te betalen. Voorlichting wordt vaak gefinancierd via boerenspaarpotten zoals produktschappen. Die zijn er onder emigranten niet.

Mijn droom: Een landbouwkennissysteem en ketenkracht en institutionele afstemming zo goed als in NL voor heel de EU. Nederland als ‘brein’ in de duurzame ontwikkeling van een voedselsoeverein Europa, door *tegen goed geld* nederlandse kennis rondom duurzame landbouw en vooral ook polderprocessen, ketenslimheid, agroproduktie, etc etc. in te brengen.

Een eerste stap kan zijn een lijntje onderhouden met die emigranten, omdat ze ambassadeures zijn van nederlandse landbouw, toegang kunnen bieden tot zeer waardevolle informatie, en een springplank kunnen bieden.

9 januari 23.35 dick veerman

En, Josien, niet zo bescheiden: jij probeert die uitwisseling tussen ‘global Dutch farmers’ – ik verzin die maffe kreet ter plekke – een beetje gestalte te geven.

10 januari 0.51 josien

🙂 en dat is hier

10 januari 10.53 Wouter de Heij

@ Josien, ik deel jouw droom ook. Het betekent wel dat we kennis een waarde moeten geven, en daarvoor moet dan betaald voor gaan worden. Kennisvragers moeten dan wel die directe prijs gaan betalen, en zoals je al aangeeft, veel boeren zijn dat niet gewend. Ik geef wel eens lezingen over dit onderwerp. Ik noem dat Nederland Innovatieland 3.0. Kennis kan dan inderdaad een exportproduct worden, en wij kunnen in Nederland hiermee een nieuwe private commerciële sector opbouwen die internationaal diensten kan verkopen. Ik heb nog een paar reden om te wensen dat we een private kennissector zouden moeten gaan opbouwen:

1. – De overheid kan een forse directe besparing inboeken op het ministerie van LNV door een grotere bezuiniging bij WUR. Sterker nog, het ministerie zou juist erg voorzichtig moeten zijn met ‘uitzetten’ van onderzoek. Het opereert alleen maar marktverstorende. Ter herinnering de volgende foodlog discussies: Al 25 geen stap verder en Gif in AGF

2. – Generieke kennis leidt zelden tot een USP waarmee een concurrentievoordeel kan worden behaald. Sterker nog, het leidt alleen maar tot generieke kennis dat meestal alleen wordt ingezet voor schaalvergroting en kostenreductie aangezien de spelers in een red ocean zitten. zie link. Deze generieke kennis kan in PT/LTO verband opgebouwd worden.

3. – Creatieve en ondernemende boeren/veehouders/tuinders zullen nu zelf ook al naar unieke producten (meer smaak?) zoeken. Deze groep ondernemers wil ik graag in Nederland houden, en deze groep maakt nu al zelf strategische allianties. Dit Open Innovatie model zouden we verder kunnen uitwerken.

4. – Een betere competitie tussen kennisdragers en kennisontwikkelaars in Nederland onderling, leidt tot lagere prijzen en meer kwaliteit. Uurtarieven van 140 tot 160 euro per uur (nu gangbaar in NL) kunnen met ongeveer 50% omlaag. Meer concurrentie in innovatie en kennis is hard nodig in ons kikkerlandje. Dus niet meer subsidie, maar juist meer competitie.

5. – Door de overheid betaalde kennis komt ook ‘gratis’ in het buitenland terecht, en dat kan tot extra ongewenste concurrentie leiden van Nederlandse boeren. Bij Rabbinge bijvoorbeeld heb ik de indruk dat hij de NL-Kennis gratis wilt weggeven aan ‘arme’ landen; ik noem dat ontwikkelingshulp. Willen we dat echt?

Nederlandse boeren in het buitenland die wel NL-producten, kennis of machines** komen inkopen, en zelfs hun locale conculega’s adviseren met Nederlandse bedrijven te gaan samenwerken: Dat is een mooie beeld dat Je daar schetst!

** Ik weet dat NL machinebouwers, zaadveredelaars en transport goede zaken in het buitenland doen. En juist deze groep ondernemers is ook kritisch tegenover de huidige kennisinfrastructuur in Nederland. Ik ben voor veel meer marktwerking in de R&D;sector en voor een terugtrekkende overheid. We moeten hybride organisaties gaan ontvlechten.

Posted in: Uncategorized