Als mensen me vragen wat ik doe kan het antwoord heel verschillend uitvallen. De kortste versie is: ik mobiliseer kennis. Een uitgebreide versie van dit moment volgt hier.
Wat doe je?
Ik help om netwerken online vindbaar en bruikbaar te maken. De netwerken bestaan uit mensen en organisaties die iets te maken hebben met landbouw en het platteland.
Formele netwerken, informele losse netwerken en nieuwe connecties
Het kan gaan om formele verbanden zoals een boerenorganisatie, studieclub of cooperatie te ondersteunen met een strategie voor sociale media. Maar vaker nog gaat het om losse, informele netwerken. Zoals netwerken die offline, in het echte leven, allang bestaan, maar waar online nog niks of weinig van te vinden is. Door (een klein deel van) de activiteiten van zo’n groep op Internet te ‘rapporteren’, of een deel van de interactie op Internet te laten plaatsvinden, worden deze netwerken beter vindbaar voor anderen. En hopelijk ook beter bruikbaar voor de mensen die ervan gebruik maken.
Waarom?
De volgende vraag zou kunnen zijn: Waarom in hemelsnaam nog meer geklets op het web?
De functies van het platteland (natuur, ondernemen, wonen, landbouw, recreatie) kunnen elkaar versterken of juist op gespannen voet met elkaar staan. Nuttig dus, als gebruikers van het platteland een beeld hebben van de andere gebruikers.
Dit zijn mogelijke ‘einddoelen’ in welke richting ik hoop te bewegen:
Een vitaal en leefbaar platteland. Landbouw draagt bij aan de cultuur: AgriCultuur
Dilemma’s voor platteland en landbouw zijn zichtbaar zodat afwegingen met groter begrip van het gehele systeem en in openheid plaatsvinden
Boeren staan midden in de maatschappij en zijn veerkrachtig. Ze anticiperen op verandering: keten, burger, politiek, andere landen, wereld.
Wat dóe je dan?
Wat zijn dan mijn dagelijkse bezigheden? Ik zit de hele dag op twitter en ik schrijf wel eens stukjes. Of: Boeren en andere betrokkenen bij platteland helpen online een identiteit en aanwezigheid te vormen. Onderling verbinden en proberen te werken als een ‘versterker’.
- -luisteren, webcare, light community beheer en informeel leren
- -content vindbaar aanbieden, bundelen, tussen netwerken overhevelen
- -onderwijzen en coachen
- -organisatie ondersteuning / advies
- -over allerlei platformen (sites, apps, twitter en sociale netwerken als facebook en linkedin)
- -het is geen marktplaats van het zijn geen transacties maar conversaties
- -werk van zeer velen en met zeer velen
En hoe gaat dat verder?
Hoe zie je dat in de toekomst? Ik volg met interesse hoe het internet ontwikkelt en welke veranderingen dat teweeg brengt in de wereld, en andersom. Vooral op het gebied van landbouw en platteland. Twee ontwikkelingen hebben mijn speciale aandacht:
Van voorlichting naar peer-learning en zelfactualisatie
Ik zie sociale media als dé manier om landbouwvoorlichting weer meer bij de boer te krijgen, in plaats van bij voer-, fyto- en farmabusiness waar het sinds het failliet van de publieke ‘landbouwvoorlichter’ grotendeels is beland. Ik geloof dat leren van elkaar (peer-to-peer learning) en ‘zelfactualisatie’ belangrijker gaan worden in vergelijking met formele vormen van kennisoverdracht.
Naar Europa?
Door mijn eigen situatie als boerin en wonend in Portugal, maar werkend in ‘online Nederland’, ervaar ik hoe een europees gezichtspunt de kijk op zaken verandert. Al vrij snel zullen ook internationale connecties online zichtbaar worden, en daarmee toegankelijker worden. Emigranten en hun (online) netwerken kunnen een belangrijke voortrekkersrol spelen. Maar ook formelere clubs hebben belangrijke europese contacten. Ik denk bijvoorbeeld aan de ‘rural networks’ in iedere lidstaat, boerenorganisaties (COPA COGEPA) of organisaties van jonge boeren. Ook natuurorganisaties hebben al veel contact met europese tegenhangers. Binnen en rond ieder van deze clubs zal op den duur ook een bepaald gebruik van sociale media ontstaan. Hoe beinvloedt dit het politieke en maatschappelijke krachtenveld? Wat betekent het voor landbouwkennissystemen? Wat betekent het voor landbouw in Nederland, en in Europa?

Gonda
Sunday, 12 June, 2011
Ben eigenlijk wel benieuwd naar het delen van kennis en informatie via sociale media in Portugal. Is dat al net zo gebruikelijk als in Nederland? Hier in Frankrijk zie ik dat door starre regelgeving niet echt op korte termijn gaan gebeuren. Jammer want ik denk dat er een hoop onbenutte kansen blijven liggen.
josien kapma
Friday, 17 June, 2011
APROLEP, associatie van melkveehouders is heel succesvol op facebook, met blog en met twitter. We vergaderen via Skype. Klinkt heel wat he? Toch had ik dat zelf een jaar geleden ook niet voor mogelijk gehouden.
En ook het ministerie twittert (geautomatiseerde mededelingen). Enkele ‘dissidenten’ bloggen… en er is ‘agroportal’, best een goede portal voor agrinieuws.
Dus het begin is er, maar in de praktijk is het kennis uitwisselen via sociale media nog heel beperkt.
Waarom is bij jullie de regelgeving die in de weg zit? Wat heeft die ermee te maken?
Gonda
Tuesday, 21 June, 2011
Het is niet zozeer de starre regelgeving die in de weg zit maar de starre houding van de gemiddelde Franse boer. Men is hier bang om van de gangbare wegen af te wijken waardoor een hoop organisaties zoals het KI-station het alleenrecht hebben op inschrijving in het stamboek want er wordt niet genoeg druk uitgeoefend om dat standpunt te veranderen. Ook is het hier door onderlinge contracten tussen melkfabrieken niet mogelijk om te veranderen van coöperatie. Er bestaan dan ook wel associaties van melkveehouders maar deze worden door de coöperaties geleid. Deze organisaties hebben tevens een goed contact met de politiek waardoor dit niet snel zal veranderen. Voor hen is uitwisseling van gegevens via sociale media niet interessant daar dat voor hen de concurrentie alleen maar zal bevorderen. Nu zijn er wel een aantal boerenorganisaties die daar verandering in proberen te brengen maar die liggen onderling met hun doelstellingen weer zover uit elkaar dat dit weinig impact heeft.