Twitter, wat heb ik eraan?

2009 October 16
by josienkapma

Twitter is sms-berichten versturen (vanaf PC of telefoon) die de ether van cyberspace ingaan en daar te volgen zijn door wie dat wil. Leuk voor vriendenclubjes, maar is die Twitter-ether propvol actuele gesprekken ook nuttig voor je werk, of voor organisaties? Hoe luister je, en wat voeg je zelf toe? Tips voor strategisch Twitteren als individu en als organisatie.

Wat heb ik eraan ?

Hoewel Twitter ook als alertering gebruikt wordt voor nieuwsberichten is de kracht van Twitter het gesprek tussen echte mensen. Wat je eraan kunt hebben hangt af van wat je erin stopt, hoeveel van je relevante netwerk ook op Twitter zit, en van je persoonlijke stijl.  Er zijn dus geen algemene regels, het is voor iedereen weer anders. Twitter past niet bij iedereen, of bij vlagen wel en dan weer een tijdje niet. Je zult het dus zelf moeten ontdekken.

Ik vind het onderscheid in deze drie onderdelen handig: Twitter voor jezelf, Twitter om strategisch te luisteren, Twitter voor de organisatie.

Twitter voor jezelf

Dit zijn voorbeelden van wat mensen fijn vinden van Twitter:

  • Je kunt op een leuke manier kontakten bijhouden, bijvoorbeeld van mensen die je één keer per jaar op een conferentie ziet.
  • Het geeft het gevoel dat je in kontakt staat met mensen, zonder rechtstreeks in gesprek te zijn. Vergelijkbaar met het gevoel alsof je op dezelfde gang werkt. Dus een soort nabootsen van ‘perifere aanwezigheid’.
  • Je kunt proefballonnetjes oplaten, ideeen even toetsen.
  • Het lucht lekker op om je brainfarts kwijt te kunnen; dan kun je weer door met je echte werk!
  • Je kunt snel input krijgen van je netwerk op een vraag of verzoek; ook brainstormen werkt goed.
  • Je kunt voeling houden met wat er speelt in een land of een deel van de maatschappij ook al ben je er niet bij.  (Voor mij heel belangrijk in het overbruggen van de afstand NL-Portugal)
  • Je kunt het nieuws volgen door de ogen van je eigen gekozen ‘redacteuren’ of ‘commentatoren’.
  • Twitter maakt niet alleen burgerjournalistiek maar bovendien “multi-sourced news” mogelijk. Over belangrijke feiten zullen vele mensen tweeten, dat geeft een beeld wat veel facetten heeft,  actueel is (bij calamiteiten als een aardbeving) en moeilijk manipuleerbaar (door autoritaire regimes) is.

Twitter voor social listening

Web2.0 in het algemeen, en Twitter in het bijzonder, maakt allerlei conversaties toegankelijk, én doorzoekbaar. Opeens kun je ‘meeluisteren’ -en dus meedenken- bij allerlei mensen waar je voorheen geen toegang kreeg; doelgroepen, klanten, concurrenten. Een ongelooflijk rijke pool voor onderzoek. Voorheen was ‘zenden’ of ‘roepen’ duur maar effectief. Dertig jaar geleden was een reclamespot op NL1 genoeg om gehoord te worden. Nu is zenden of roepen gratis en (dus) redelijk nutteloos; boodschappen die we niet belangrijk (denken te) vinden filteren we onmiddellijk uit.

(F)luisteren, over hetgeen de gesprekspartner raakt, in de juiste conversaties, dat is effectief. Twitter is een belangrijke tool om te ontdekken waar hiaten zijn, waar we kansen zien om onze eigen bijdrage of die van onze organisatie te leveren. Maar hoe ‘luister’ je dan?

  • Voor ’social listening’ is een applicatie als Tweetdeck (PC) of Tweetie of Nambu (Mac) handig. De kollommen geven verschillende categorieen weer.
  • Geautomatiseerde zoekopdrachten (met de bovengenoemde apps of handmatig hier) op je (organisatie)naam, je projectnaam, sleutelwoorden… geven een idee van wat ‘er zoal wordt gezegd’, door wie, over… Ik heb permanente zoekopdrachten open staan voor ‘platteland’, ‘landbouw’, ‘GUUS/net’, ‘melkvee’, en nog wat wisselende termen. Lang niet alles wat je opvist in zo’n stroom is bruikbaar, maar door de tijd heen krijg ik bijvoorbeeld een aardig idee van wat mensen op twitter associeren met ‘platteland’. Wat zijn kernwaarden, wat ergernissen? Nuttige informatie, voor een plattelandsondernemer die zijn produkt wil vermarkten.
  • Bij ‘trending topics’ (met de bovengenoemde apps of bv Twitscoop) zie je in een oogopslag wat op dit moment ‘hot’ is op Twitter. Nog niet gezien specifiek voor nederlandstalige tweets (laat het weten in de comments als dat wel bestaat?), maar de dood van Michael Jackson of natuurrampen zijn hier heel erg snel te zien.
  • Gesprekken via web2.0 en Twitter kunnen inzicht geven in wat mensen beroert. De hoeveelheid ‘buzz’ rond een thema, en de inhoud ervan worden belangrijke indicatoren voor Monitoring en Evaluatie. Instrumenten om te meten kunnen zijn: hashtags, google trends, of gewoon tellen. Het lastige is filteren: hoe vind je de conversaties die te maken hebben met je project of produkt? Hierin kun je het goede voorbeeld geven door tags te gebruiken, of een unieke naam aan je event stevig te ‘branden’.

Twitter als verbinder binnen en tussen clubs

Rond een community of event kun je een tag afspreken. Dat is een # teken met een uniek woord. Wie een search doet op die tag kan kennis nemen van de diffuse gesprekken die gaande zijn, en eventueel aanhaken.Vooral ook dat laatste: zeer laagdrempelig en eventueel incidenteel aanhaken bij een conversatie gaat veel makkelijker op Twitter dan op een forum.

Voorbeelden:

  • Het laatste event van de community KM4dev is aanleiding geweest voor een tag #km4dev en een Twitter conversatie. Het zou kunnen dat deze conversatie door blijft kabbelen, zelfs tot het volgende event ergens volgend jaar weer een piek in de hoeveelheid berichten zal laten zien.
  • De domein tag #ecosys begínt zelfs helemaal op deze manier met een initief wat iets tussen een gesprek en een community kan worden. (Het gaat over aanpassing van complexe sociale systemen en leren, maar dat is niet zo belangrijk voor de methode.) Hoe deden zij het?: Een paar tweets over het thema, een tweet met een link naar een blogpost met meer achtergrond, en het gesprek onspint zich al. Vervolgens is een tijdstip afgesproken om allemaal tegelijk op Twitter over dit onderwerp te praten; een Twitter chat. In die chat zijn gedurende 2 uur en 20 min zijn vele berichten over en weer gegaan. De Twitterchat was blijkbaar interessant, er kwamen ideeen voor een meer structurele website/webtool voor voortgezette conversaties. Co-creatie in de ware zin.
  • Bij GUUS heb ik gekozen voor een andere aanpak. We hebben wel een tag #guusnet, maar tot nog toe waren weinig mensen bekend met taggen. Ik heb gezocht naar een pro-actieve manier om te verbinden. Via een Twitter account, @guusnet, re-tweet ik (dat is doorsturen) allerlei berichten die over platteland gaan. Omdat de originele zender vermeld staat in de ReTweet kunnen volgers van @guusnet de zender ook rechtstreeks gaan volgen. Volgers van @guusnet krijgen dus een handgefilterde selectie van nieuwtjes (en dus van de verzenders) van platteland. In feite gebruik ik Twitter dus op een web1.0 manier, om de overstap te vergemakkelijken.
  • Een visuele weergave van onderlinge verbindingen tussen je eigen Twittervolgers is te genereren via Twitnest. Interessant om te monitoren of onderlinge cohesie toeneemt, of je juist een verbinder tussen netwerken bent.
  • Met meerder mensen éen zakelijke Twitter account beheren gaat makkelijk met behulp van Co-tweetDit filmpje legt mooi uit hoe (dank aan Erwin Blom).

Hoe je kunt beginnen, Tips voor Twitter:

  1. Lees de eerste pagina’s van deze handleiding. Haal-meer-uit-Twitter-Een-handleiding-voor-Nederlandse-bedrijven[1]
  2. Maak een account aan op twitter.com
  3. Ga tussen de 5 en 12 mensen volgen (kijk eens hier: Twittergids.nl en het netwerk rond GUUS thema is ‘platteland’, rond Vrouwen van Nu, en klik op “follow”). Lees ook echt minstens 1 keer per dag wat ze tweeten (door weer naar Twitter.com te gaan en in te loggen)
  4. Doe elke dag een zoekopdracht naar enkele sleutelwoorden. Vind je hierdoor interessante mensen? Volg hen ook. Zo breid je langzaam je netwerk uit.
  5. Kun je iets bijdragen of voel je je geroepen te reageren? Ga je gang. Ook kun je 1 á 2 twitterberichten per dag sturen waarin je antwoordt op de vraag: “wat houdt me bezig?”
  6. Twitteren lijkt verbazend veel op het echte leven: Luisteren is minstens zo belangrijk als iets zeggen. Opschepperij of reclame wordt niet gewaardeerd. Strategisch luisteren helpt om te ontdekken waar je kunt bijdragen.
  7. Hou het zeker twee weken vol voordat je oordeelt dat het onzin is.
  8. Gebruik Tweetdeck of een andere applicatie voor meer overzicht.

Tips voor teams die Twitter overwegen als organisatie PR instrument

  1. Doe ervaring op als individuen. Registreer je ervaringen; stel dat je straks je collega’s, je baas of je eigen netwerk wilt overtuigen.
  2. Bepaal voor jezelf hoe je om wilt gaan met werk en prive. Veel twitteraars houden geen echte scheiding aan. Minister Verhagen twittert geen privezaken, maar wel allerlei verschillende dingen rondom zijn werk. Anderen hoor je juist nooit over hun baan.
  3. Denk na over het doel: Is Twitter vooral bedoeld om onderling binnen het team kennis te delen, of wordt een PR functie beoogd? Voor kennisdelen in het team is het voldoende om individuele accounts te hebben. De service yammer biedt een soort afgesloten twitter. Voor PR kan een Twitter account onder bedrijfsnaam of projectnaam een goede aanvulling op de communicatie zijn.
  4. Lees deze handleiding: Haal-meer-uit-Twitter-Een-handleiding-voor-Nederlandse-bedrijven[1] (dank aan OnlineResults)
  5. Wie kiest voor een Twitter account met meerdere gebruikers: blijf focussen op de kracht van Twitter, het gesprek. Wees toch persoonlijk; laat bijvoorbeeld in je profiel pagina weten wie achter de account zit. Zijn dat meerdere personen, laat dan bij belangrijke tweets met je initialen zien wie aan het woord is.
  6. Met meerdere personen één organisatie account managen gaat veel makkelijker met Co-tweet.
  7. Doe niet te moeilijk, niet zoals dit bedrijf! Experimenteer eventueel eerst met een paar fans binnen je organisatie, evalueer, voordat je alles gaat ‘inbedden’ in officiele procedures.

Handige informatie:

Shadow the Leader CPsquare will follow “MelkenoverdeGrens”

2009 September 14
by josienkapma


CPsquare, an international learning community of people interested in communities of practice,  each year follows a leader of a community. By talking over a phonebridge monthly for an hour, the small group of participants get a sense of the community. Reflecting on change over time during the course of the year is interesting.

I was surprised to see there was interest to follow my recent project (together with Co Scholten) “Melken over de Grens” for a year. I welcome this opportunity to receive informed advice for our community and to put my own learning and reflection on the agenda. Secretly, it helps as an incentive to keep developing Melken over de Grens.

Shadowing Josien Kapma – Milking on the border

During the next year, CPsquare will be shadowing Josien Kapma, a Dutch dairy farmer living in Portugal.

Trained as a Water Management Engineer (MSc.) Kapma earned a postdoctoral diploma in Development Management. She’s the mother of 3 children and an active member of KM4Dev and CPsquare. In CPsquare, she’s participated in the Foundations of Communities of Practice workshop, in the Connected Futures workshop, and been a mentor in the Foundations Workshop as well.

We’ll be shadowing her work as a leader of “Melken Over De Grens” or “Milking on the border” It’s a global community for expatriate Dutch dairy farmers that’s developing its learning agenda and trying to find its legs at the same time (in terms of organization, business model, funding, and learning activities).

Join us once a month (starting on Wednesday, September 23 at 20:00 GMT) to reflect on the birthing and development process for this community. We will consider questions such as:

* In what ways is diversity and a global diaspora a resource for a community? In what ways are those characteristics a challenge?
* What individual and group interests are served by the community? How are they balanced? What leadership is needed and can leaders be compensated for their work, apart from learning as a leadership benefit?
* What activities make sense and what publications are useful in the development process?

Meeting notes, audio recordings, and synchronous exchanges will be gathered here.


more about http://www.melkenoverdegrens.nl/

Dutch milk farmers have emigrated to all over the world and they often maintain contacts with other local dutch dairymen. I felt there is scope for a global dutch “milking across the border” community. I found a co-initiator who manages a thriving dairy farmers community in the Netherlands; our project builds on several existing on- and offline communities.

We privately invested money for a site and continue to invest up to 8-10 hrs a week for community nurturing. We hope to be able someday to earn back (part of) our investments.

We aspire to ‘grow’ a platform for learning and open innovation of Dairy Farming, where farmers, dairy production chain partners, advisors, agribusiness, students and researchers have conversations and engage in projects. While the platform should remain farmer-led, companies and organisations will fund it in the future. We realise this may take years or may never succeed.

Where we stand now: our first posts appeared in July 2009. We post 2-3 posts a week. For the last 3 weeks, we received 2400 visits a week. We get some reactions from readers, in the form of articles they submit as blogposts and comments, but no real discussions as yet. We are talking to people we know who work in agribusiness companies and try to get them interested to become “partners”.

Extending the conversations at ESEE – social reporting

2009 August 26
by josienkapma

Between 15 and 19 September 2009 European experts will gather in Italy for the 19th European Seminar on Extension Education.At ESEE I will be presenting a paper written by Eelke Wielinga and me titled Web2.0 in the Green Knowledge System, illustrating experiences with knowledge sharing in agriculture and rural development using web2.0 and online communities. GUUS, where i act as community manager, is one of the main cases in the article.

In order to not only talk about new ways of working, but demonstrate them, I have started “The 19th ESEE Blog“. The blog is meant..

… to help communicate before and during the seminar. It will give participants the opportunity to prepare for our meeting before travelling, to toy around with some of the thinking of others, to get to know some of the speakers. Maybe to start discussing. In short, this blog will help extend our conversations.

This is what i did/will be doing:

  • discuss the idea of a blog for social reporting with organizors and a scientific committee member.
  • set up the blog. I took a neutral theme and used their header for a header. I put in the first post, in the About and as a permanent text in the right margin links to the main site.
  • not duplicate, but link to, information on the official website for the 19th ESEE.
  • include the option for email subscriptions
  • ask the organizing team to help promotion of the blog on the main website and other sites
  • announce the blog by email to all registered participants
  • in my emails with team members and in the newsletter i always include the link to subcribing to the blog by email
  • publish a few first posts, hopefully with visuals
  • by back channel nudge people to react and contribute to the blog

Using a blog in this way is what we have called “social reporting”. I have done social reporting at several other occassions. Wonder how it will work out this time!

Web2.0 in the Green Knowledge System

2009 July 11
by josienkapma

This is the abstract of a paper I wrote with Eelke Wielenga about web2.0. I will be presenting this paper at ESEE in Italy in September. (the European Seminar on Extension Education)

Web2.0 in the Green Knowledge System
Old community norms in new environments?

Josien Kapma, Eelke Wielinga

Abstract

The world is changing and new information and communication technologies (ICTs) are powerful contributors to this change. People acquire knowledge in radically different ways compared to before. This is also true for farmers and other stakeholders in the green domain. “Web2.0” is the name of a new generation of ICT applications that go beyond providing access to information,  users feed the system with their own experience and knowledge. As a result of users finding and tracking like-minded people, patterns emerge that in time evolve to networks of peers, or even communities.

In The Netherlands, several of such patterns can be distinguished. Online communities from backgrounds as diverse as magazines, extension, clubs, groups of emigrants, or trade are forming.

The Ministry of Agriculture, Food Quality and Nature initiated an interactive web portal for the rural sector. Via this portal named GUUS (a Dutch boys’ name; picked for simplicity and neutrality) users offer each other links, weblogs, professional profiles. The first author of this paper is community manager of GUUS. In this article she likes to share her first experiences.

In this contribution we investigate differences between classical ways of knowledge transfer and web 2.0 communication in the “Green Knowledge System”. Society is moving from an industrial model with vertical hierarchical structures to a networked society with increasingly horizontal organizational structures. The opening up, through ICTs, of information, communication, participation and collaboration leads to changes that are both incremental and entirely novel or transformational.

You can find the ESEE kapmawielinga 4 here


One excerpt from the full paper, in the section on what opportunities web2.0 presents to agriculture we state:

  • There is a general potential for development: if society as a whole is more open it means knowledge is more universally accessible, it means larger freedom for more people. The new interactive ways give farmers, who are often bound to their farms, options to connect to other farmers.
    Agriculture, and many of today’s issues have become so complex that diverse stakeholders and sometimes competing claims are at stake. The interactive Internet might be the ultimate Multi-Stakeholder Platform (Roling, 1998). Interaction through Internet might help to listen and connect, to expose stakeholders to others, and thus to support multi-stakeholder issues.
  • After a period in which we mainly celebrated the fact that Internet enables us to work separated of location and distance, now a period has started in which content is geotagged to a location. In Google Maps, we can already do Google searches on the basis of location. Shortly, unprecedented amounts of data will become available linked to GIS, Geographical Information Systems, and presented on maps in ways meaningful to us. While devices for Internet become more mobile, the content itself is increasingly tied to the land around us, to the extent that it will be significant for the area, the landscape, the people who live there.
  • The new tools for easier collaboration bring fine-tuning business-to-business between successors in the production chain -before mainly the privilege of large companies who could invest in it- more within the reach of SME’s. Finding and collaborating with neighbors and regional partners was never so easy. Niche products could be marketed to a larger public with web 1.0 already, with web 2.0 they can be pooled and grouped a lot easier as well. Selling less of more, region bound web malls also for food, subscription agriculture, regional branding and regional sourcing might emerge.
  • For research and policy making, the possibilities are huge but still difficult to comprehend. Automated searches, filters and subscriptions by make it easy to ‘listen in’ and track exactly those conversations you need to know about. The way data becomes available and can be combined makes it possible to see patterns that could not be seen before. An example is how Google predicted flu better than hospitals could (Ginsberg, 2009).

An important consideration is that, in both urban and rural, developing and developed settings, web 2.0 is not merely the next step in technology, but has the potential to completely transform the interaction and organization of professional practice. (Kapma, 2007)  full paper

Landbouw2.0 Gevolgen van de netwerkwereld voor landbouw en platteland

2009 May 11
by josienkapma


Vandaag heb ik een praatje gehouden tijdens de Open Koffie georganiseerd door Ambtenaar2.0 op het ministerie van Landbouw (LNV).

Ik voelde me een boodschapper uit ‘de nieuwe wereld’ die komt berichten hoe het ervoor staat en wat er allemaal al gebeurt. En sommige aanwezigen vertrouwden me toe dat ze het voelden alsof hun organisatie het kasteel van Doornroosje was en dat er nog wel harder wakker gekust mag worden….

Anderen hadden het gevoel dat het verkennen van de mogelijkheden toch aardig gelijk op gaat: ieder is aan het experimenteren en pilots, begrijpelijk dat dat nog vooral op eigen terrein is en vooral beperkt tot de eigen groep. De proefprojecten die binnen eigen gelederen van LNV draaien staan hier op een rij. LNV is overigens een grote voorloper onder de ministeries op het gebied van web2.0! Wellicht is dat omdat “mindset2.0″ goed past bij boeren. Vervagende grenzen van werk en prive, altijd bereikbaar zijn, en meer op organische groei dan op controle en planning gericht zijn…. voor boeren niks nieuws.

Voor wie er niet was: Het was in feite een samenvatting van, en voortbouwen op dit artikel, verschenen in Boerderij.

Voor wie er wel was: hierboven de slides. Ook hier op Slideshare.
Hier zie je wat er over #openkoffie getwitterd werd (livelink, dus over twee weken vind je onder deze link weer de openkoffie van dán).

Een paar van mijn vragen die bovenkwamen uit de open koffie:

*We leven in een belangrijke transitie. Zowel que inhoud als qua proces is veel in beweging op het gebied van landbouwkennis en -netwerken.

-Hoe houden we bij wat de stand van zaken is?
-Hoe leren we meer over wat er kan en hoe het moet?
-Bijvoorbeeld welke communities hebben de capaciteit om multistakeholder platformen te worden. Onder welke voorwaarden?
-Wat zijn organisatie en verdienmodellen voor de nieuwe ‘non-organisaties’?
-Is er, voor het platteland, een model denkbaar van een lokale webcommunitie die functies van lokale weekblad, buurthuis, kennismakelaar, en streekontwikkeling allemaal ondersteunt? Hoe ziet dat eruit en hoe is dat gefinancierd?

*Content op Internet wordt in toenemende mate voorzien van geotags. Internet was: niet aan plaats-gebonden-content raadplegen vanaf je aan-locatie-gebonden PC. Internet wordt: Content gebonden aan locatie raadplegen én bewerken vanaf je mobiel, overal dus. Hoe wij ons verhouden tot onze omgeving, tot landschap, tot plaats, zal onder invloed hiervan veranderen.

-Wat betekent de combinatie van GIS met gemeenschaps kennis via social media (locative intelligence, geotagging, collaborative maps) voor onze sector, die immers zo duidelijk aan grond is gebonden?
-Is dit een nieuwe kans voor (de recreatieve functies van) het nederlands platteland?

Wat weet ik en wat wil ik?

2009 March 5
by josienkapma

Ik weet maar weinig van distance-learning of webinars. Wat weet ik wel?
Waar ik iets van denk te begrijpen, zijn de omdraaiingen in communicatie. Van een monopolie op informatie zitten we in een overschot. Van het communicatie model “zender >> medium >> ontvanger” zitten we in een multimediale wir-war vól ‘zond-vangers’. Dit dreigen alsnog allemaal ‘zonder-iets-te-vangers’ te worden, omdat de informatie overload een dringende competitie om aandacht teweeg brengt.

Dit betekent voor onze praktijk als begeleiders/facilitators een aantal dingen:

  • informatiegedrag en skills die daarvoor nodig zijn veranderen drastisch; trainings behoeften dus ook;
  • contact methoden veranderen, een trainer / facilitator is niet all-round als hij alleen face-2-face beheerst;
  • multi-literacy: orale en visuele methoden maken een opmars, tekst wordt minder belangrijk: kansen voor minder-geletterden en minder-geschoolden;
  • kennisdelen, sensemaking worden belangrijker, netwerken onder collega’s en gelijkgestemden winnen terrein tov expert model.

OK, nou en? Wat is er nieuw in vergelijking met het kennissysteem denken?
Ik denk dat stakeholders in een kennissysteem eindelijk de mogelijkheden hebben die ze altijd hadden willen hebben. Web2.0 brengt voor het eerst in de geschiedenis goedkoop en makkelijk en op ‘multi-literate’ wijze kennisdelen tussen verschillendsoortige stakeholders binnen bereik, op veel gelijkere voet dan ooit, en eventueel in grote aantallen. Wat zou dit precies kunnen betekenen voor de landbouw en landbouwvoorlichting? Ikzelf denk veel, -en daar lachen velen me om uit :-) .
Bijvoorbeeld voor boeren samenwerkingen. Zie in de tabel hieronder hoe een moderne boerenorganisatie verschilt van een gewone.

Wat wil ik?
Ik zoek medestanders, peers, die willen toetsen, onderzoeken in hoeverre dit waar is, mogelijk is ~door het in de praktijk te volgen en te laten ontstaan.

Space for change -Interesting vacancy?

2009 March 3
by josienkapma

 Different types of space and their interrelations (click on image to see source)
This is an interesting vacancy. Space for change.

The chairgroups ‘Communication Strategies’ and ‘Communication & Innovation Studies’ conduct research
on the role of communication in individual and collective change processes in four life science domains:
-food and health
-nature, water and environment
-agriculture and land-use and
-international development.

Our joint research programme ‘Communication and Space for Change’ offers considerable room for pursuing
your own research interest.

I might be interested; I would really welcome a ‘framework’ to help me get round to more and better thinking, learning and writing. But is a university the place to be if you want to keep track of change and space for change?

I can follow the reasoning in the research program very well. Some of it really makes sense to me.

“meaningful innovation is dependent on changes in discourses, representations and storylines that are mobilised by interacting social actors”… “The emergence of ‘space for change’, then, can be interpreted as being associated with an altering of what we call  ‘Discursive Space’ at different interfaces in a network.”

Actually, it phrases some of the things i am trying to understand for myself. i.e how can non-organizations flourish? How can they connect to others in a world already mapped out?
What role do boundary spanners have? What are organisational and business models to accomodate multiple stakeholders?

under the heading Self-organisation in networks: “This line of research seeks to increase our understanding of processes of self-organisation and the role of communication and communication infrastructures (e.g. the Internet) therein. At the same time we wish to gain insight in how formal organisations, deliberate communicative intervention and processes of self-organisation interact and influence each other, and how such interaction patterns contribute to or hamper processes of space creation in networks and organisations.”

under the heading Innovation systems and the role of boundary spanners in forging space: …” to enhance our insight in the roles that newly emerging ‘boundary spanners’ may play in assisting stakeholders to arrive at a negotiated space for change. At the same time we wish to contribute to the development of better institutional arrangements and methodological approaches for brokering between, for example, problem owners, applied research and advisory services.”

I will continue to look for answers in my own way: taking part, blogging, interacting. I do hope the successful candidates for these posts will share generously and early.

Gebiedsprocessen en web2.0

2009 February 26
by josienkapma

Gebiedsprocessen, lokale communities en Web2.0

Zie hierbij een conversatie op Twitter (twitter is sms’en in de ether). Lees van onder naar boven.

Het illustreert een paar dingen:
-het onderwerp houdt me bezig
-de kracht van twitter (ik ken janvds55 niet en hij mij niet: ik kon niet voorspellen dat hij dit interessant zou vinden)
-dat de issue ‘begrepen’ wordt….

Landbouw2.0… wat betekenen de nieuwe internet tools voor de landbouw?

2009 February 26
by josienkapma
door Herman Roozen, tekenaar van Opa

door Herman Roozen, tekenaar van Opa

(Dit is de tekst van een artikel van mij deze week in De Boerderij.)

“oh, die Kees heb ik laatst een keer gesproken op EuroTier, maar ik ken hem inmiddels al wat beter want we zitten allebei op Hyves”

“mooi, hè, die nieuwe fiets van mijn dochter. Gevonden op Marktplaats”

“ik las op melkquotum prikbord dat de maisprijs sterk daalt de laatste dagen”

“heb je dat filmpje van mijn nieuwe trekker al gezien? op youtube, ik stuur je de link wel”

“ja hoor, het gaat ze goed in Denemarken. Heb je de blog niet gelezen dan?; ze bouwen een nieuwe stal. Je kunt ze ook even skypen”

Web2.0?

Deze gesprekken gaan allemaal over web2.0. Web2.0 is een verzamelnaam voor een nieuwe generatie Internet toepassingen: Hyves, MSN, YouTube, blogs, marktplaats, discussie forums. Iedere gebruiker kan zijn bijdrage plaatsen en die is door anderen te bekijken. De een vindt het een verstikkende brei van laagwaardige informatie en onzin, de ander ziet de grootste revolutie sinds de boekdrukkunst. Wat betekent web2.0 voor de landbouw en voor het platteland?

Gebruiker centraal

Het Internet bestaat al even. Nieuw is dat grote groepen gebruikers nu de mogelijkheden ervan ontdekken. De web2.0 toepassingen hebben gemeen dat ze de gebruikers een centrale en actieve rol toebedelen. Iedereen kan zijn bijdragen plaatsen. De inhoud, of dat nu text, fotos, muziek of video zijn, is ook weer openbaar te bezichtigen op het Internet. Een blog of een filmpje is -letterlijk- in een paar muisklikken gepubliceerd op het net. Daarbij komt dat de prijs van technologie is ingeklapt; processor capaciteit, bandbreedte, geheugenruimte, en PC’s kosten nog maar een fractie van wat ze vroeger kostten. Het gevolg is dat miljoenen mensen blogs vullen met wat hen bezighoudt, en videos uploaden over de meest onwaarschijnlijke onderwerpen. De waardevolle, correcte, informatie sneeuwt onder en is straks niet meer te vinden, vrezen velen. Informatie en communicatie zijn opeens veranderd van duur en schaars, in een doorlopende stroom die concurreert om onze aandacht. Wat heeft die overweldigende brij van laagwaardige informatie voor zin?

Informatie-brij filteren

De informatie op blogs of netwerksites zoals Hyves is lang niet altijd interessant. Wie wil weten wat Jeffrey in Minnesota vandaag heeft gegeten? Wat heb je daaraan? De sleutel ligt in ons eigen gedrag: bij de oude media laten we het filteren aan de redactie over, op web2.0 moeten we zelf actief gaan filteren. Stel dat melkveehouder Elling in Emmen, die in dubio stond of hij nu wel of niet moet switchen naar automatisch melken, een weblog zou hebben gemaakt over zijn afwegingen. Als een ander voor dezelfde keuze staat, dan interesseert het hem of haar wél. Vroeger zou Elling onvindbaar zijn geweest. Nu niet langer. Web2.0 haalt profielinformatie en conversaties in de openbare ruimte van Internet, en daarmee zijn deze doorzoekbaar, en ook na verloop van tijd nog terug te vinden. Je kunt dus allerlei gelijkgestemde mensen vinden, en makkelijk benaderen. Contact onderhouden wordt helemaal makkelijk: is iemand eenmaal je “vriend” dan krijg je vaak automatisch updates van zijn of haar wel en wee. Internet is een ontmoetingsplaats geworden.

Gemeenschappen

Zo ontstaan allerlei elkaar los-vaste netwerken, van mensen die iets gemeen hebben en die elkaar min of meer volgen: communities. In plaats van de hoofdredactie (oude media) gebruik je elkaar om te attenderen en selecteren in nieuws en informatie. Dit heeft gevolgen op drie terreinen:

  • Persoonlijke manier van werken als boer

Ons informatie dieet verandert. Naast het dagmenu van informatie via de vertrouwde kanalen, gaat ieder voor zich op zoek naar de hapjes die hij of zij het lekkerste vindt. Om je bedrijfscontacten en kennissenkring bij te houden zal web2.0 een heel gewoon hulpmiddel worden. Online contact is niet als surrogaat voor “echt” contact, maar vult de relatie met bekenden aan.

  • Boeren onderling

Boeren hebben een lange traditie in samenwerken. Zodra dit groter vormen aannam was een structuur nodig, met nieuwsbrieven en vergaderingen, en dus kosten. Die organisatie kosten kunnen dankzij web2.0 omlaag; bij flexibele, web-gebaseerde “non-organisaties”. Studieclub2.0 is op komst!

  • Boeren met derden

Web2.0 kan helpen om contacten met derden buiten de sector te stroomlijnen. Het boerenbedrijf krijgt steeds meer te maken met zaken die de landbouw sector overschrijden. Voelhorens naar de omgeving zijn belangrijk om kansen vroeg te ontdekken en om de maatschappelijke “license to operate” steeds opnieuw te waarborgen. Onder omgeving kan dan verstaan worden de directe geografische buurt, gemeente, regio, waarin het bedrijf zich bevindt, maar ook het wijdere krachtenveld van stakeholders die op enigerlei wijze de toekomst van het bedrijf beinvloeden. Web2.0 biedt belangrijke hulpmiddelen om voelhorens uit te zetten en te “luisteren” naar het web. Ook biedt web2.0 kansen om allianties aan te gaan die voorheen veel lastiger te organiseren waren. Een van de effecten van Internet wordt “The long tail” genoemd: Een boekhandel kan slechts een klein aantal titels op voorraad hebben, en kiest dus voor de bestsellers. Via Internet kunnen incourante titels allemaal samen toch voor een grote omzet zorgen. Bijvoorbeeld omdat de voorraad in een goedkoop pakhuis kan liggen. Door niche-produkten te poolen (na netwerken via web2.0) kan “the long tail” ook binnen bereik van kleinere ondernemers komen.

Kortom, met web2.0 verandert er meer dan dat Internet vol komt te staan met onzin. Er komen andere organisatie- en verdienmodellen in zicht, we hebben meer mogelijkheden om samen te werken.

Samenvatting van artikel met doorklikbare links van voorbeelden en tools.

Globalisering én herleving regionale economieen

2009 February 11
by josienkapma

Krijn Poppe betoogt dat hij de globalisering nog niet meteen omgevormd ziet worden in een herleving van regionale economieen.

Ik zie de globalisering ook niet stoppen. Toch voorzie ik wél een herleving van regionale economieen. Juist de globalisering, het toenemende aantal interconnecties, zal zorgen voor een herwaardering van de regionale economie. En wel door het medium wat tot nog toe geheel los van afstand en locatie gezien werd, Internet.

Vroeger was er vooral een lokale economie. Landbouwbedrijven waren vaak gemengde bedrijven, kringlopen werden binnen kleine afstanden gesloten. Door opschaling gecombineerd met goedkope mobiliteit, nam de specialisatie toe en werden de geografische eenheden steeds ruimer. Verbeteringen werden vooral gezocht in het stroomlijnen binnen de produktieketen.
Door de complexer wordende wereld, het grotere aantal tussenverbindingen, komt het ketendenken aan zijn plafond. Produktie ketens voor voer, voedsel en energie & chemie beinvloeden elkaar steeds vaker. Concurrerend ruimtebeslag, aandacht voor de niet-landbouw functies van het platteland, de roep om duurzaamheid en dierwelzijn, energie issues. Het boerenbedrijf krijgt steeds meer te maken met zaken die de landbouw sector overschrijden. De keten raakt verstrengeld in andere ketens… zoekend in deze warboel komt de kringloop opeens weer in beeld.

Voeg daarbij de opkomst van het geotaggen op Internet. Na een periode waarin we vooral het feit dat met internet afstand er niet meer toe deed hebben gevierd, komen we er nu achter dat afstand toch wel een factor van belang is. Op Internet wordt in hoog tempo allerlei content voorzien van geotags… Zoals we op marktplaats al kunnen zoeken met een postcode, kunnen we binnenkort allerlei content googlen op grond van geografie. Bovendien zullen ongekende hoeveelheden data geografisch geordend binnen handbereik komen via tools als Google Maps.

Zo komen de mogelijken tot verbeteren van aansluitingen onderling tussen MKB bedrijven in de regio in beeld, waar die tot nu toe voorbehouden waren aan het grootbedrijf met zijn logistieke kunsten. We kunnen we de handige tools van Internet benutten voor het vinden en samenwerken met onze buren. Web2.0 brengt bijvoorbeeld de mogelijheid om zowel vraag als aanbod van niche produkten te bundelen binnen bereik van kleine ondernemers. Selling less of more, regiogebonden web-warenhuizen ook voor voedsel, abonnementen landbouw, regional branding en regional sourcing…
En in de regio is het logischer om niet alleen de keten, maar ook de lokale ‘kringketens’ gaan optimaliseren.

En dan komen de groene en morele overwegingen -die de globalisering niet zullen kunnen remmen- opeens wél om de hoek kijken. De hang naar authenthiek, echt eten. De trend van ´food sovereinity´…