Bloggen, waarom?

2010 February 5
by josienkapma

Online leertraject ‘Web2.0 en Platteland’
Samen met Dorine Ruter en in opdracht van GUUS, Netwerk Platteland en NBvPlattelandsvrouwen / Vrouwen van Nu faciliteer ik een online leertraject over web2.0 en platteland. We nemen mensen mee op een verkenning van de wondere wereld van web2, en omdat we dat met een groep doen is de netwerking optimaal. Het is overweldigend en fantastisch om met 100 enthousiaste mensen in één wiki te werken. Soms houd ik het zelf amper bij. Bijvoorbeeld toen we vanavond experimenteerden met een Skype teleconferentie met ongeveer 30 deelnemers en iedereen iedereen ging bellen. Chaos! Een reminder dat chaostolerantie nodig is, maar ook duidelijke afspraken en een zekere beheersing van de tools.
Het gaat in het traject ook over bloggen. Daarom een persoonlijk verhaal over “waarom blog je en hoe”. Waar kan dat beter dan op onze eigen blogs? Dorine’s heldere verhaal staat hier, hieronder het mijne.

Eerst experimenteren
Ik begon met een blog over mijn gezinsleven op de boerderij en de kinderen. Na een tijdje wilde ik meer over studie en werk bloggen. Maar in welke taal dan? En voor wie in hemelsnaam? Ik begon toch, ik besloot vooral voor mezelf te bloggen. Een blog als leerinstrument, om mijn gedachten te ordenen. Tot mijn verassing gingen mensen die ik emails stuurde mijn blog lezen. Ik werk als zelfstandige (adviseur, trainer, facilitator, onderzoeker, community manager  ~ik weet zelf niet zo goed wat er na dat zelfstandig moet komen). Behalve leerinstrument werd mijn blog ook mijn website. Ik merk nu door de jaren heen dat taal, toon en onderwerp veranderen met wie ik denk dat het zou kunnen lezen.

Blogs voor de regio en de sector

Samen met mijn man heb ik een melkveebedrijf in Portugal. Toen collega melkveehouders in onze omgeving interesse toonden om via het net informatie te gaan delen ben ik in 2006 begonnen met een wordpress blog over melkveehouderij. Ik maakte ook een google email groep aan. De instellingen van die emailgroep zijn zodanig, dat ieder lid naar de hele groep kan mailen. In de marge van de blog is een link geplaatst naar de emailgroep. Naarmate ik blogde, groeide de emailgroep.

Blog/emailgroep vind ik nog steeds een hele mooie tool-combinatie voor groepen die nog wat moeten wennen aan web2.0. Het is toegankelijk voor beheerders, omdat het gaat om gratis en eenvoudige tools die voor iedereen te leren zijn. Het is vooral ook toegankelijk voor gebruikers: iedereen is gewend aan email en door via email te werken valt niemand buiten de boot. Via de blog ben je zichtbaar en bereikbaar voor de buitenwereld, via de emailgroep discussieer je onder elkaar. De blog is vanuit één auteur, maar via de emailgroep bestaat een hele laagdrempelige manier voor iedereen om mee te praten. De blog biedt plaats aan foto’s, videos en rss feeds van elders, emails zijn tekst zonder toeters en bellen. Door in de voetnoot van de emailgroep een link op te nemen naar de blog, herinner je de vaste lezers eraan zo nu en dan naar de blog te kijken.

De kennisclub blog is interessant voor slechts een hele kleine niche. Toch wordt de blog in verhouding erg goed bezocht, de emailgroep is erg rustig maar kent drukkere periodes. De blog/emailgroep blijkt een goed hulpmiddel voor informatie-uitwisseling intern en extern voor een netwerk wat al bestond (en waarvan de leden elkaar ook regelmatig ‘in real life’ ontmoeten). Het helpt om informatie over ons vak in combinatie met onze streek uit te wisselen, zoals prijsinformatie, nieuwe regels, informatie over leveranciers, het samen ‘duiden’ van europees beleid, tips over praktische zaken. Door de blog is ook het aanbod van leveranciers en stagiaires toegenoemen.

Niet betaald, toch doen?

Voor mij persoonlijk kost het wel wat tijd en levert het geen inkomsten op. Wel heeft het veel goodwill en zichtbaarheid gecreeerd, en heb ik er zelf veel van geleerd. Het heeft zeker bijgedragen aan het ontwikkelen van betaalde vervolgactiviteiten. Tegenwoordig blog ik op allerlei tijdelijke en permanente sites, zoals een discussiecolumn op de site van weekblad Boerderij en community manager van GUUS.net, over platteland.

Inmiddels heeft de lokale melkveehoudersblog geleid tot een mondiale ‘moederblog’ voor nederlanderse melkveehouders die ergens buiten Nederland boeren: Melken over de Grens. Het zou kunnen leiden tot een hele familie van melkveehoudersnetwerken. Zo krijg je een wisselwerking tussen lokaal en mondiaal, erg belangrijk voor boeren in deze tijd van enerzijds lokale maatschappelijke druk en anderzijds globalisering.

Streek communities?

Zo kan een blog dus een persoonlijk leerinstrument of journaal van je activiteiten zijn, het kan een informatie of promotiedoel hebben, of een streek- of netwerkfunctie vervullen. Lees hier hoe ik denk dat streeksites kunnen helpen bij plattelandsontwikkeling.

Streekcommunities

2010 January 18

(text van een column voor GUUS in Streek, blad van Netwerk Platteland)

Het is 2012. Het gebied Meentgeest heeft een Streeksite. De Streeksite biedt de gemeenschap, bestaande uit bewoners, verenigingen, scholen en zorginstellingen en ondernemers, een online thuisbasis. Het is ook een platform voor regionale en lokale initiatieven. De streeksite maakt gebruik van de principes van een online community maar dan rond een geografische, heuse gemeenschap.

De streeksite, het online platform van de community van Meentgeest, kun je zien als een online buurtcafé. Wie wil weten wat er speelt of goede gesprekken over de regio wil komt naar de streeksite. Een zzp-er uit de streek, laten we zeggen Floor, is de waardin van het cafe. Ze maakt het gezellig, zorgt dat de boel een beetje netjes blijft en ziet toe op de huisregels. Iedereen is welkom en hoewel veel bezoekers eerst stilletjes luisteren, rollen velen na verloop van tijd vanzelf in de discussies.

Floor treedt op als community manager en kennismakelaar. Voortdurend scant ze online conversaties, op zoek naar meerwaarde door kennisdelen of door contacten te leggen tussen bewoners, ondernemers en organisaties. Ze vertoeft online veel op de streeksite zelf, maar houdt ook haar antennes gespitst op het web elders. Floor brengt de pareltjes van samenwerking naar de voorpagina van de streeksite.
De site draait goed, veertien samenwerkingsgroepen, een Leaderproject en meerdere kleine projecten gebruiken de site als hun online thuisbasis. Deze clubjes huren bij wijze van spreken een zaaltje in het café. Zij sparen een eigen website uit en betalen een vergoeding voor het platform en de diensten van Floor. Ook de Gemeenten uit de Meentgeest betalen voor het publiceren van hun mededelingen; ze hebben belang bij het goede bereik wat de streeksite weet te halen.
De streeksite is echt gaan lopen toen de provincie onderzoek wilde doen naar landschapsbeleving. Via de streeksite werden contacten gelegd met bewoners en discussies -zowel online als in een zaaltje- georganiseerd. Sindsdien betaalt de projectgroep een soort huur aan de Streeksite voor het doen van onderzoek via en met de community. Ook de regioTV en de regiojournalistiek  werken nauw samen met de streeksite.

Het is opvallend te zien dat de online activiteiten de echte dynamiek versterkt. Zo is er maandelijks een openkoffie waar mensen elkaar ontmoeten. Allerlei ideeen hebben een soort vliegende start omdat er via de streeksite al een basis is gelegd. 

In veel plattelandsgebieden in Nederland werken streeksites via hetzelfde principe. Handig. Een overkoepelende portal/blog op www.GUUS.net voor heel Nederland heeft de functie van denktank voor het platteland.

Het is nog niet zover. Maar in 2010 gaan we met GUUS werken aan ’streeksites’. Meedenken of meedoen? Graag.  email mij

Landbouwkennis als exportprodukt

2010 January 17
by josienkapma

De volgende discussie ontstond op Foodlog.nl. Op Foodlog stonden de onderstaande reacties verspreid in een lange lijn met andere sub-draadjes en verdween bovendien alweer achter nieuw interessants. Ik vind deze subdiscussie wel interessant om nog eens te overdenken en houd ze hier even apart.

(Achtergrond: Waarschijnlijk moet landbouwproduktie inkrimpen. Hoe onstaat de keuze wie weg moet?)

josien

Ik weet het niet voor de glastuinbouw, maar voor de landbouw in NL in zijn algemeenheid lijkt het me te kloppen: geen keuzes, verdringing. Immers niemand wil zich hieraan branden. En het ministerie(LNV) ontkent zo ongeveer het bestaan van boeren. (Als voorbeeldje: waar zijn op de LNV hoofdindeling websites sectoren als melkveehouderij (goed voor 5 miljard), tuinbouw (7 miljard leer ik van hierboven) terug te vinden? )

Dus wat betreft het interview met Peter Jens op foodlog.agd ‘Sophie’s Choice’; Er komt helemaal geen choice. Er komt waarschijnlijk, voor een deel van de boeren, een soort wegglijden. En ik vraag me af: is dat niet ook o.k.? Je kunt niet voorspellen welke ondernemers onverwachte veerkracht tonen, welke lumineuze invallen krijgen in moeilijke tijden. Of de tijden worden weer iets beter, ondernemers passen zich aan, er slagen er wat en ondertussen sneuvelen er meer. Er is wat versneld ‘natuurlijk’ verloop. Het is inderdaad een keihard systeem. Maar is dat, dus ‘het lot’ of een soort ongrijpbaar complex geheel niet beter te verkroppen dan een o zo “nobele” leider die linksom of rechtsom beslist? Ik hoop in elk geval dat Peter Jens zich daar niet aan zal slachtofferen.

Dus ik maak me niet kwaad over het gebrek aan duidelijkheid over wie moet wijken. Waar ik me over verbaas is dat we zo langzamerhand allemaal lijken aan te nemen, en ook zelf heel hard gaan roepen, dát er zoveel moeten wijken. Dat wil ik dan eerst nog wel eens zien!

En zelfs als de produktie naar elders moet verhuizen, hoeft het niet automatisch een verlies voor Nederland te zijn.

Goed, Nederland kan niet langer concurreren op rozen. Maar bij hoeveel van die Keniyaanse en Ethiopische rozenkwekers zijn géén Nederlanders betrokken? Hoeveel melk wordt buiten NL maar door NL’ers geproduceerd?

Anders dan je verwacht, blijven deze bedrijven generaties lang een band (niet alleen sociaal, ook economisch) onderhouden met Nederland. Maar dan moeten we wél investeren in die band, met kennisnetwerken, instituties, ketenslimheid, om voorop te blijven lopen.

9 januari 8.10 Wouter de Heij

“Anders dan je verwacht, blijven deze bedrijven generaties lang een band (niet alleen sociaal, ook economisch) onderhouden met Nederland. Maar dan moeten we wél investeren in die band, met kennisnetwerken, instituties, ketenslimheid, om voorop te blijven lopen”.

Kan je me uitleggen wat het voordeel is voor Nederland -behalve voor ons imago als internationaal land- in econmische, werkgelegenheid, welvaart en sociale zin IN Nederland. Rozenkwekers in Kenia en Ethiopische zijn geen Nederlandse bedrijven (of betalen ze soms belasting in NL?), op termijn zullen deze ondernemers ook wel een handelsstroom zonder Nederland gaan opzetten. Of gaan we dan gekke henkie spelen als Land door alleen heel veel belanstingeld in netwerken en ‘kennis’ opbouw te steken? Weg is weg hoor.

9 januari 23.19 josien

‘Weg is weg’, zegt Wouter de Hey over geemigreerde boeren. En: geen kennis over de grens brengen, zeker niet met belastinggeld, want het worden allemaal onze concurrenten. (ik zet zijn woorden wat aan hier, maar daar komt het wel op neer)

Ik dacht óók “weg is weg”: regel het daar maar in je nieuwe land. Maar ik heb mijn standpunt bij moeten stellen omdat de praktijk uitwijst dat het niet zo ís. Geemigreerde boeren komen terecht in gebieden waar qua instituties en agribusiness lang niet zoveel bestaat als in NL. Het duurt tientallen jaren en soms nog langer voordat die instituties opgebouwd zijn, zolang is er een soort vacuum. Nederlandse emigranten in den vreemde onderhouden tijdens het vacuum een economische band met NL. De nederlandse agribusiness in goederen beantwoordt deze band dankbaar: er worden goede zaken gedaan in bv fokkerij, melktechniek, zaad, kassenbouw, stalklimaat.

De nederlandse landbouwvoorlichting / consultancy echter, geeft nul op het request. Het nederlandse landbouwkennissysteem is groots, maar ziet het klantenbestand (het aantal boeren dus) afkalven. Wat is er logischer dan dat zij hun klanten achterna gaan, ook over de landsgrenzen kijken? Om niet met belastinggeld, maar puur met ondernemersgeld hun kennis aan de man te brengen in nieuwe markten.

Dat het niet gebeurt ligt denk ik aan twee dingen:

-historisch: het gevoel ambtenaar te zijn zit er nog diep in (is het niet in de mensen dan in een soort institutionele erfenis) en dan kijk je natuurlijk niet buiten de grens van NL.

-landbouwvoorlichting wereldwijd kampt met het probleem dat boeren niet gewend zijn (veel) voor kennis te betalen. Voorlichting wordt vaak gefinancierd via boerenspaarpotten zoals produktschappen. Die zijn er onder emigranten niet.

Mijn droom: Een landbouwkennissysteem en ketenkracht en institutionele afstemming zo goed als in NL voor heel de EU. Nederland als ‘brein’ in de duurzame ontwikkeling van een voedselsoeverein Europa, door *tegen goed geld* nederlandse kennis rondom duurzame landbouw en vooral ook polderprocessen, ketenslimheid, agroproduktie, etc etc. in te brengen.

Een eerste stap kan zijn een lijntje onderhouden met die emigranten, omdat ze ambassadeures zijn van nederlandse landbouw, toegang kunnen bieden tot zeer waardevolle informatie, en een springplank kunnen bieden.

9 januari 23.35 dick veerman

En, Josien, niet zo bescheiden: jij probeert die uitwisseling tussen ‘global Dutch farmers’ – ik verzin die maffe kreet ter plekke – een beetje gestalte te geven.

10 januari 0.51 josien

:) en dat is hier

10 januari 10.53 Wouter de Heij

@ Josien, ik deel jouw droom ook. Het betekent wel dat we kennis een waarde moeten geven, en daarvoor moet dan betaald voor gaan worden. Kennisvragers moeten dan wel die directe prijs gaan betalen, en zoals je al aangeeft, veel boeren zijn dat niet gewend. Ik geef wel eens lezingen over dit onderwerp. Ik noem dat Nederland Innovatieland 3.0. Kennis kan dan inderdaad een exportproduct worden, en wij kunnen in Nederland hiermee een nieuwe private commerciële sector opbouwen die internationaal diensten kan verkopen. Ik heb nog een paar reden om te wensen dat we een private kennissector zouden moeten gaan opbouwen:

1. – De overheid kan een forse directe besparing inboeken op het ministerie van LNV door een grotere bezuiniging bij WUR. Sterker nog, het ministerie zou juist erg voorzichtig moeten zijn met ‘uitzetten’ van onderzoek. Het opereert alleen maar marktverstorende. Ter herinnering de volgende foodlog discussies: Al 25 geen stap verder en Gif in AGF

2. – Generieke kennis leidt zelden tot een USP waarmee een concurrentievoordeel kan worden behaald. Sterker nog, het leidt alleen maar tot generieke kennis dat meestal alleen wordt ingezet voor schaalvergroting en kostenreductie aangezien de spelers in een red ocean zitten. zie link. Deze generieke kennis kan in PT/LTO verband opgebouwd worden.

3. – Creatieve en ondernemende boeren/veehouders/tuinders zullen nu zelf ook al naar unieke producten (meer smaak?) zoeken. Deze groep ondernemers wil ik graag in Nederland houden, en deze groep maakt nu al zelf strategische allianties. Dit Open Innovatie model zouden we verder kunnen uitwerken.

4. – Een betere competitie tussen kennisdragers en kennisontwikkelaars in Nederland onderling, leidt tot lagere prijzen en meer kwaliteit. Uurtarieven van 140 tot 160 euro per uur (nu gangbaar in NL) kunnen met ongeveer 50% omlaag. Meer concurrentie in innovatie en kennis is hard nodig in ons kikkerlandje. Dus niet meer subsidie, maar juist meer competitie.

5. – Door de overheid betaalde kennis komt ook ‘gratis’ in het buitenland terecht, en dat kan tot extra ongewenste concurrentie leiden van Nederlandse boeren. Bij Rabbinge bijvoorbeeld heb ik de indruk dat hij de NL-Kennis gratis wilt weggeven aan ‘arme’ landen; ik noem dat ontwikkelingshulp. Willen we dat echt?

Nederlandse boeren in het buitenland die wel NL-producten, kennis of machines** komen inkopen, en zelfs hun locale conculega’s adviseren met Nederlandse bedrijven te gaan samenwerken: Dat is een mooie beeld dat Je daar schetst!

** Ik weet dat NL machinebouwers, zaadveredelaars en transport goede zaken in het buitenland doen. En juist deze groep ondernemers is ook kritisch tegenover de huidige kennisinfrastructuur in Nederland. Ik ben voor veel meer marktwerking in de R&D;sector en voor een terugtrekkende overheid. We moeten hybride organisaties gaan ontvlechten.

Boeren organisatie2.0

2009 November 25
by josienkapma

Gister heb ik 2 uur via Skype gepraat met collega-melkveehouders in Portugal. Ik was niet de iniator, en ook niet de voorzitter. Voor bijna alle deelnemers was dit de eerste ervaring met bellen via Internet, met telefonisch vergaderen. De vergadering ging over het opzetten van een landelijke organisatie van melkveehouders.

Of die ooit een succes zal worden is afwachten. Dat het makkelijker is geworden dankzij technologie is gister weer gebleken.

Wat ik eruit meeneem:

    • Als mensen willen communiceren leren ze de tools gaandeweg.
    • Skype is groot effect met relatief lage instap. Prima eerste stap.
    • organisatie2.0 komt er aan, ook in de landbouw, en is anders dan traditionele organisaties

To be continued…

Twitter, wat heb ik eraan?

2009 October 16
by josienkapma

Twitter is sms-berichten versturen (vanaf PC of telefoon) die de ether van cyberspace ingaan en daar te volgen zijn door wie dat wil. Leuk voor vriendenclubjes, maar is die Twitter-ether propvol actuele gesprekken ook nuttig voor je werk, of voor organisaties? Hoe luister je, en wat voeg je zelf toe? Tips voor strategisch Twitteren als individu en als organisatie.

Wat heb ik eraan ?

Hoewel Twitter ook als alertering gebruikt wordt voor nieuwsberichten is de kracht van Twitter het gesprek tussen echte mensen. Wat je eraan kunt hebben hangt af van wat je erin stopt, hoeveel van je relevante netwerk ook op Twitter zit, en van je persoonlijke stijl.  Er zijn dus geen algemene regels, het is voor iedereen weer anders. Twitter past niet bij iedereen, of bij vlagen wel en dan weer een tijdje niet. Je zult het dus zelf moeten ontdekken.

Ik vind het onderscheid in deze drie onderdelen handig: Twitter voor jezelf, Twitter om strategisch te luisteren, Twitter voor de organisatie.

Twitter voor jezelf

Dit zijn voorbeelden van wat mensen fijn vinden van Twitter:

  • Je kunt op een leuke manier kontakten bijhouden, bijvoorbeeld van mensen die je één keer per jaar op een conferentie ziet.
  • Het geeft het gevoel dat je in kontakt staat met mensen, zonder rechtstreeks in gesprek te zijn. Vergelijkbaar met het gevoel alsof je op dezelfde gang werkt. Dus een soort nabootsen van ‘perifere aanwezigheid’.
  • Je kunt proefballonnetjes oplaten, ideeen even toetsen.
  • Het lucht lekker op om je brainfarts kwijt te kunnen; dan kun je weer door met je echte werk!
  • Je kunt snel input krijgen van je netwerk op een vraag of verzoek; ook brainstormen werkt goed.
  • Je kunt voeling houden met wat er speelt in een land of een deel van de maatschappij ook al ben je er niet bij.  (Voor mij heel belangrijk in het overbruggen van de afstand NL-Portugal)
  • Je kunt het nieuws volgen door de ogen van je eigen gekozen ‘redacteuren’ of ‘commentatoren’.
  • Twitter maakt niet alleen burgerjournalistiek maar bovendien “multi-sourced news” mogelijk. Over belangrijke feiten zullen vele mensen tweeten, dat geeft een beeld wat veel facetten heeft,  actueel is (bij calamiteiten als een aardbeving) en moeilijk manipuleerbaar (door autoritaire regimes) is.

Twitter voor social listening

Web2.0 in het algemeen, en Twitter in het bijzonder, maakt allerlei conversaties toegankelijk, én doorzoekbaar. Opeens kun je ‘meeluisteren’ -en dus meedenken- bij allerlei mensen waar je voorheen geen toegang kreeg; doelgroepen, klanten, concurrenten. Een ongelooflijk rijke pool voor onderzoek. Voorheen was ‘zenden’ of ‘roepen’ duur maar effectief. Dertig jaar geleden was een reclamespot op NL1 genoeg om gehoord te worden. Nu is zenden of roepen gratis en (dus) redelijk nutteloos; boodschappen die we niet belangrijk (denken te) vinden filteren we onmiddellijk uit.

(F)luisteren, over hetgeen de gesprekspartner raakt, in de juiste conversaties, dat is effectief. Twitter is een belangrijke tool om te ontdekken waar hiaten zijn, waar we kansen zien om onze eigen bijdrage of die van onze organisatie te leveren. Maar hoe ‘luister’ je dan?

  • Voor ’social listening’ is een applicatie als Tweetdeck (PC) of Tweetie of Nambu (Mac) handig. De kollommen geven verschillende categorieen weer.
  • Geautomatiseerde zoekopdrachten (met de bovengenoemde apps of handmatig hier) op je (organisatie)naam, je projectnaam, sleutelwoorden… geven een idee van wat ‘er zoal wordt gezegd’, door wie, over… Ik heb permanente zoekopdrachten open staan voor ‘platteland’, ‘landbouw’, ‘GUUS/net’, ‘melkvee’, en nog wat wisselende termen. Lang niet alles wat je opvist in zo’n stroom is bruikbaar, maar door de tijd heen krijg ik bijvoorbeeld een aardig idee van wat mensen op twitter associeren met ‘platteland’. Wat zijn kernwaarden, wat ergernissen? Nuttige informatie, voor een plattelandsondernemer die zijn produkt wil vermarkten.
  • Bij ‘trending topics’ (met de bovengenoemde apps of bv Twitscoop) zie je in een oogopslag wat op dit moment ‘hot’ is op Twitter. Nog niet gezien specifiek voor nederlandstalige tweets (laat het weten in de comments als dat wel bestaat?), maar de dood van Michael Jackson of natuurrampen zijn hier heel erg snel te zien.
  • Gesprekken via web2.0 en Twitter kunnen inzicht geven in wat mensen beroert. De hoeveelheid ‘buzz’ rond een thema, en de inhoud ervan worden belangrijke indicatoren voor Monitoring en Evaluatie. Instrumenten om te meten kunnen zijn: hashtags, google trends, of gewoon tellen. Het lastige is filteren: hoe vind je de conversaties die te maken hebben met je project of produkt? Hierin kun je het goede voorbeeld geven door tags te gebruiken, of een unieke naam aan je event stevig te ‘branden’.

Twitter als verbinder binnen en tussen clubs

Rond een community of event kun je een tag afspreken. Dat is een # teken met een uniek woord. Wie een search doet op die tag kan kennis nemen van de diffuse gesprekken die gaande zijn, en eventueel aanhaken.Vooral ook dat laatste: zeer laagdrempelig en eventueel incidenteel aanhaken bij een conversatie gaat veel makkelijker op Twitter dan op een forum.

Voorbeelden:

  • Het laatste event van de community KM4dev is aanleiding geweest voor een tag #km4dev en een Twitter conversatie. Het zou kunnen dat deze conversatie door blijft kabbelen, zelfs tot het volgende event ergens volgend jaar weer een piek in de hoeveelheid berichten zal laten zien.
  • De domein tag #ecosys begínt zelfs helemaal op deze manier met een initief wat iets tussen een gesprek en een community kan worden. (Het gaat over aanpassing van complexe sociale systemen en leren, maar dat is niet zo belangrijk voor de methode.) Hoe deden zij het?: Een paar tweets over het thema, een tweet met een link naar een blogpost met meer achtergrond, en het gesprek onspint zich al. Vervolgens is een tijdstip afgesproken om allemaal tegelijk op Twitter over dit onderwerp te praten; een Twitter chat. In die chat zijn gedurende 2 uur en 20 min zijn vele berichten over en weer gegaan. De Twitterchat was blijkbaar interessant, er kwamen ideeen voor een meer structurele website/webtool voor voortgezette conversaties. Co-creatie in de ware zin.
  • Bij GUUS heb ik gekozen voor een andere aanpak. We hebben wel een tag #guusnet, maar tot nog toe waren weinig mensen bekend met taggen. Ik heb gezocht naar een pro-actieve manier om te verbinden. Via een Twitter account, @guusnet, re-tweet ik (dat is doorsturen) allerlei berichten die over platteland gaan. Omdat de originele zender vermeld staat in de ReTweet kunnen volgers van @guusnet de zender ook rechtstreeks gaan volgen. Volgers van @guusnet krijgen dus een handgefilterde selectie van nieuwtjes (en dus van de verzenders) van platteland. In feite gebruik ik Twitter dus op een web1.0 manier, om de overstap te vergemakkelijken.
  • Een visuele weergave van onderlinge verbindingen tussen je eigen Twittervolgers is te genereren via Twitnest. Interessant om te monitoren of onderlinge cohesie toeneemt, of je juist een verbinder tussen netwerken bent.
  • Met meerder mensen éen zakelijke Twitter account beheren gaat makkelijk met behulp van Co-tweetDit filmpje legt mooi uit hoe (dank aan Erwin Blom).

Hoe je kunt beginnen, Tips voor Twitter:

  1. Lees de eerste pagina’s van deze handleiding. Haal-meer-uit-Twitter-Een-handleiding-voor-Nederlandse-bedrijven[1]
  2. Maak een account aan op twitter.com
  3. Ga tussen de 5 en 12 mensen volgen (kijk eens hier: Twittergids.nl en het netwerk rond GUUS thema is ‘platteland’, rond Vrouwen van Nu, en klik op “follow”). Lees ook echt minstens 1 keer per dag wat ze tweeten (door weer naar Twitter.com te gaan en in te loggen)
  4. Doe elke dag een zoekopdracht naar enkele sleutelwoorden. Vind je hierdoor interessante mensen? Volg hen ook. Zo breid je langzaam je netwerk uit.
  5. Kun je iets bijdragen of voel je je geroepen te reageren? Ga je gang. Ook kun je 1 á 2 twitterberichten per dag sturen waarin je antwoordt op de vraag: “wat houdt me bezig?”
  6. Twitteren lijkt verbazend veel op het echte leven: Luisteren is minstens zo belangrijk als iets zeggen. Opschepperij of reclame wordt niet gewaardeerd. Strategisch luisteren helpt om te ontdekken waar je kunt bijdragen.
  7. Hou het zeker twee weken vol voordat je oordeelt dat het onzin is.
  8. Gebruik Tweetdeck of een andere applicatie voor meer overzicht.

Tips voor teams die Twitter overwegen als organisatie PR instrument

  1. Doe ervaring op als individuen. Registreer je ervaringen; stel dat je straks je collega’s, je baas of je eigen netwerk wilt overtuigen.
  2. Bepaal voor jezelf hoe je om wilt gaan met werk en prive. Veel twitteraars houden geen echte scheiding aan. Minister Verhagen twittert geen privezaken, maar wel allerlei verschillende dingen rondom zijn werk. Anderen hoor je juist nooit over hun baan.
  3. Denk na over het doel: Is Twitter vooral bedoeld om onderling binnen het team kennis te delen, of wordt een PR functie beoogd? Voor kennisdelen in het team is het voldoende om individuele accounts te hebben. De service yammer biedt een soort afgesloten twitter. Voor PR kan een Twitter account onder bedrijfsnaam of projectnaam een goede aanvulling op de communicatie zijn.
  4. Lees deze handleiding: Haal-meer-uit-Twitter-Een-handleiding-voor-Nederlandse-bedrijven[1] (dank aan OnlineResults)
  5. Wie kiest voor een Twitter account met meerdere gebruikers: blijf focussen op de kracht van Twitter, het gesprek. Wees toch persoonlijk; laat bijvoorbeeld in je profiel pagina weten wie achter de account zit. Zijn dat meerdere personen, laat dan bij belangrijke tweets met je initialen zien wie aan het woord is.
  6. Met meerdere personen één organisatie account managen gaat veel makkelijker met Co-tweet.
  7. Doe niet te moeilijk, niet zoals dit bedrijf! Experimenteer eventueel eerst met een paar fans binnen je organisatie, evalueer, voordat je alles gaat ‘inbedden’ in officiele procedures.

Handige informatie:

Shadow the Leader CPsquare will follow “MelkenoverdeGrens”

2009 September 14
by josienkapma


CPsquare, an international learning community of people interested in communities of practice,  each year follows a leader of a community. By talking over a phonebridge monthly for an hour, the small group of participants get a sense of the community. Reflecting on change over time during the course of the year is interesting.

I was surprised to see there was interest to follow my recent project (together with Co Scholten) “Melken over de Grens” for a year. I welcome this opportunity to receive informed advice for our community and to put my own learning and reflection on the agenda. Secretly, it helps as an incentive to keep developing Melken over de Grens.

Shadowing Josien Kapma – Milking on the border

During the next year, CPsquare will be shadowing Josien Kapma, a Dutch dairy farmer living in Portugal.

Trained as a Water Management Engineer (MSc.) Kapma earned a postdoctoral diploma in Development Management. She’s the mother of 3 children and an active member of KM4Dev and CPsquare. In CPsquare, she’s participated in the Foundations of Communities of Practice workshop, in the Connected Futures workshop, and been a mentor in the Foundations Workshop as well.

We’ll be shadowing her work as a leader of “Melken Over De Grens” or “Milking on the border” It’s a global community for expatriate Dutch dairy farmers that’s developing its learning agenda and trying to find its legs at the same time (in terms of organization, business model, funding, and learning activities).

Join us once a month (starting on Wednesday, September 23 at 20:00 GMT) to reflect on the birthing and development process for this community. We will consider questions such as:

* In what ways is diversity and a global diaspora a resource for a community? In what ways are those characteristics a challenge?
* What individual and group interests are served by the community? How are they balanced? What leadership is needed and can leaders be compensated for their work, apart from learning as a leadership benefit?
* What activities make sense and what publications are useful in the development process?

Meeting notes, audio recordings, and synchronous exchanges will be gathered here.


more about http://www.melkenoverdegrens.nl/

Dutch milk farmers have emigrated to all over the world and they often maintain contacts with other local dutch dairymen. I felt there is scope for a global dutch “milking across the border” community. I found a co-initiator who manages a thriving dairy farmers community in the Netherlands; our project builds on several existing on- and offline communities.

We privately invested money for a site and continue to invest up to 8-10 hrs a week for community nurturing. We hope to be able someday to earn back (part of) our investments.

We aspire to ‘grow’ a platform for learning and open innovation of Dairy Farming, where farmers, dairy production chain partners, advisors, agribusiness, students and researchers have conversations and engage in projects. While the platform should remain farmer-led, companies and organisations will fund it in the future. We realise this may take years or may never succeed.

Where we stand now: our first posts appeared in July 2009. We post 2-3 posts a week. For the last 3 weeks, we received 2400 visits a week. We get some reactions from readers, in the form of articles they submit as blogposts and comments, but no real discussions as yet. We are talking to people we know who work in agribusiness companies and try to get them interested to become “partners”.

Extending the conversations at ESEE – social reporting

2009 August 26
by josienkapma

Between 15 and 19 September 2009 European experts will gather in Italy for the 19th European Seminar on Extension Education.At ESEE I will be presenting a paper written by Eelke Wielinga and me titled Web2.0 in the Green Knowledge System, illustrating experiences with knowledge sharing in agriculture and rural development using web2.0 and online communities. GUUS, where i act as community manager, is one of the main cases in the article.

In order to not only talk about new ways of working, but demonstrate them, I have started “The 19th ESEE Blog“. The blog is meant..

… to help communicate before and during the seminar. It will give participants the opportunity to prepare for our meeting before travelling, to toy around with some of the thinking of others, to get to know some of the speakers. Maybe to start discussing. In short, this blog will help extend our conversations.

This is what i did/will be doing:

  • discuss the idea of a blog for social reporting with organizors and a scientific committee member.
  • set up the blog. I took a neutral theme and used their header for a header. I put in the first post, in the About and as a permanent text in the right margin links to the main site.
  • not duplicate, but link to, information on the official website for the 19th ESEE.
  • include the option for email subscriptions
  • ask the organizing team to help promotion of the blog on the main website and other sites
  • announce the blog by email to all registered participants
  • in my emails with team members and in the newsletter i always include the link to subcribing to the blog by email
  • publish a few first posts, hopefully with visuals
  • by back channel nudge people to react and contribute to the blog

Using a blog in this way is what we have called “social reporting”. I have done social reporting at several other occassions. Wonder how it will work out this time!

Web2.0 in the Green Knowledge System

2009 July 11
by josienkapma

This is the abstract of a paper I wrote with Eelke Wielenga about web2.0. I will be presenting this paper at ESEE in Italy in September. (the European Seminar on Extension Education)

Web2.0 in the Green Knowledge System
Old community norms in new environments?

Josien Kapma, Eelke Wielinga

Abstract

The world is changing and new information and communication technologies (ICTs) are powerful contributors to this change. People acquire knowledge in radically different ways compared to before. This is also true for farmers and other stakeholders in the green domain. “Web2.0” is the name of a new generation of ICT applications that go beyond providing access to information,  users feed the system with their own experience and knowledge. As a result of users finding and tracking like-minded people, patterns emerge that in time evolve to networks of peers, or even communities.

In The Netherlands, several of such patterns can be distinguished. Online communities from backgrounds as diverse as magazines, extension, clubs, groups of emigrants, or trade are forming.

The Ministry of Agriculture, Food Quality and Nature initiated an interactive web portal for the rural sector. Via this portal named GUUS (a Dutch boys’ name; picked for simplicity and neutrality) users offer each other links, weblogs, professional profiles. The first author of this paper is community manager of GUUS. In this article she likes to share her first experiences.

In this contribution we investigate differences between classical ways of knowledge transfer and web 2.0 communication in the “Green Knowledge System”. Society is moving from an industrial model with vertical hierarchical structures to a networked society with increasingly horizontal organizational structures. The opening up, through ICTs, of information, communication, participation and collaboration leads to changes that are both incremental and entirely novel or transformational.

You can find the ESEE kapmawielinga 4 here


One excerpt from the full paper, in the section on what opportunities web2.0 presents to agriculture we state:

  • There is a general potential for development: if society as a whole is more open it means knowledge is more universally accessible, it means larger freedom for more people. The new interactive ways give farmers, who are often bound to their farms, options to connect to other farmers.
    Agriculture, and many of today’s issues have become so complex that diverse stakeholders and sometimes competing claims are at stake. The interactive Internet might be the ultimate Multi-Stakeholder Platform (Roling, 1998). Interaction through Internet might help to listen and connect, to expose stakeholders to others, and thus to support multi-stakeholder issues.
  • After a period in which we mainly celebrated the fact that Internet enables us to work separated of location and distance, now a period has started in which content is geotagged to a location. In Google Maps, we can already do Google searches on the basis of location. Shortly, unprecedented amounts of data will become available linked to GIS, Geographical Information Systems, and presented on maps in ways meaningful to us. While devices for Internet become more mobile, the content itself is increasingly tied to the land around us, to the extent that it will be significant for the area, the landscape, the people who live there.
  • The new tools for easier collaboration bring fine-tuning business-to-business between successors in the production chain -before mainly the privilege of large companies who could invest in it- more within the reach of SME’s. Finding and collaborating with neighbors and regional partners was never so easy. Niche products could be marketed to a larger public with web 1.0 already, with web 2.0 they can be pooled and grouped a lot easier as well. Selling less of more, region bound web malls also for food, subscription agriculture, regional branding and regional sourcing might emerge.
  • For research and policy making, the possibilities are huge but still difficult to comprehend. Automated searches, filters and subscriptions by make it easy to ‘listen in’ and track exactly those conversations you need to know about. The way data becomes available and can be combined makes it possible to see patterns that could not be seen before. An example is how Google predicted flu better than hospitals could (Ginsberg, 2009).

An important consideration is that, in both urban and rural, developing and developed settings, web 2.0 is not merely the next step in technology, but has the potential to completely transform the interaction and organization of professional practice. (Kapma, 2007)  full paper

Landbouw2.0 Gevolgen van de netwerkwereld voor landbouw en platteland

2009 May 11
by josienkapma


Vandaag heb ik een praatje gehouden tijdens de Open Koffie georganiseerd door Ambtenaar2.0 op het ministerie van Landbouw (LNV).

Ik voelde me een boodschapper uit ‘de nieuwe wereld’ die komt berichten hoe het ervoor staat en wat er allemaal al gebeurt. En sommige aanwezigen vertrouwden me toe dat ze het voelden alsof hun organisatie het kasteel van Doornroosje was en dat er nog wel harder wakker gekust mag worden….

Anderen hadden het gevoel dat het verkennen van de mogelijkheden toch aardig gelijk op gaat: ieder is aan het experimenteren en pilots, begrijpelijk dat dat nog vooral op eigen terrein is en vooral beperkt tot de eigen groep. De proefprojecten die binnen eigen gelederen van LNV draaien staan hier op een rij. LNV is overigens een grote voorloper onder de ministeries op het gebied van web2.0! Wellicht is dat omdat “mindset2.0″ goed past bij boeren. Vervagende grenzen van werk en prive, altijd bereikbaar zijn, en meer op organische groei dan op controle en planning gericht zijn…. voor boeren niks nieuws.

Voor wie er niet was: Het was in feite een samenvatting van, en voortbouwen op dit artikel, verschenen in Boerderij.

Voor wie er wel was: hierboven de slides. Ook hier op Slideshare.
Hier zie je wat er over #openkoffie getwitterd werd (livelink, dus over twee weken vind je onder deze link weer de openkoffie van dán).

Een paar van mijn vragen die bovenkwamen uit de open koffie:

*We leven in een belangrijke transitie. Zowel que inhoud als qua proces is veel in beweging op het gebied van landbouwkennis en -netwerken.

-Hoe houden we bij wat de stand van zaken is?
-Hoe leren we meer over wat er kan en hoe het moet?
-Bijvoorbeeld welke communities hebben de capaciteit om multistakeholder platformen te worden. Onder welke voorwaarden?
-Wat zijn organisatie en verdienmodellen voor de nieuwe ‘non-organisaties’?
-Is er, voor het platteland, een model denkbaar van een lokale webcommunitie die functies van lokale weekblad, buurthuis, kennismakelaar, en streekontwikkeling allemaal ondersteunt? Hoe ziet dat eruit en hoe is dat gefinancierd?

*Content op Internet wordt in toenemende mate voorzien van geotags. Internet was: niet aan plaats-gebonden-content raadplegen vanaf je aan-locatie-gebonden PC. Internet wordt: Content gebonden aan locatie raadplegen én bewerken vanaf je mobiel, overal dus. Hoe wij ons verhouden tot onze omgeving, tot landschap, tot plaats, zal onder invloed hiervan veranderen.

-Wat betekent de combinatie van GIS met gemeenschaps kennis via social media (locative intelligence, geotagging, collaborative maps) voor onze sector, die immers zo duidelijk aan grond is gebonden?
-Is dit een nieuwe kans voor (de recreatieve functies van) het nederlands platteland?

Wat weet ik en wat wil ik?

2009 March 5
by josienkapma

Ik weet maar weinig van distance-learning of webinars. Wat weet ik wel?
Waar ik iets van denk te begrijpen, zijn de omdraaiingen in communicatie. Van een monopolie op informatie zitten we in een overschot. Van het communicatie model “zender >> medium >> ontvanger” zitten we in een multimediale wir-war vól ‘zond-vangers’. Dit dreigen alsnog allemaal ‘zonder-iets-te-vangers’ te worden, omdat de informatie overload een dringende competitie om aandacht teweeg brengt.

Dit betekent voor onze praktijk als begeleiders/facilitators een aantal dingen:

  • informatiegedrag en skills die daarvoor nodig zijn veranderen drastisch; trainings behoeften dus ook;
  • contact methoden veranderen, een trainer / facilitator is niet all-round als hij alleen face-2-face beheerst;
  • multi-literacy: orale en visuele methoden maken een opmars, tekst wordt minder belangrijk: kansen voor minder-geletterden en minder-geschoolden;
  • kennisdelen, sensemaking worden belangrijker, netwerken onder collega’s en gelijkgestemden winnen terrein tov expert model.

OK, nou en? Wat is er nieuw in vergelijking met het kennissysteem denken?
Ik denk dat stakeholders in een kennissysteem eindelijk de mogelijkheden hebben die ze altijd hadden willen hebben. Web2.0 brengt voor het eerst in de geschiedenis goedkoop en makkelijk en op ‘multi-literate’ wijze kennisdelen tussen verschillendsoortige stakeholders binnen bereik, op veel gelijkere voet dan ooit, en eventueel in grote aantallen. Wat zou dit precies kunnen betekenen voor de landbouw en landbouwvoorlichting? Ikzelf denk veel, -en daar lachen velen me om uit :-) .
Bijvoorbeeld voor boeren samenwerkingen. Zie in de tabel hieronder hoe een moderne boerenorganisatie verschilt van een gewone.

Wat wil ik?
Ik zoek medestanders, peers, die willen toetsen, onderzoeken in hoeverre dit waar is, mogelijk is ~door het in de praktijk te volgen en te laten ontstaan.